Archief voor juli, 2012

Dit artikel is overgenomen van Mr. J.L. Kreek :: http://loketbjz.nl

Op deze websites zijn artikelen geplaatst waarvan de strekking is dat Stichting Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam een criminele organisatie is en dat zij verdacht wordt van diverse misdrijven. De  voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat deze beschuldigingen geen steun vinden in de feiten en dat ik daarom met de openbaarmaking van die artikelen onrechtmatig jegens Stichting Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam heb gehandeld. De voorzieningenrechter heeft mij veroordeeld
tot het plaatsen van deze rectificatie.

IN NAAM DER KONINGIN !

vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Sector civiel recht, voorzieningenrechter,
zaaknummer I rolnummer: 5206101 KG ZA 12-912 SPIPV
Vonnis in kort geding van 20 juli 2012
in de zaak van
de stichting
STICHTING BUREAU JEUGDZORG STADSREGIO ROTTERDAM,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres bij dagvaarding van 4 juli 2012,
advocaat mr. A.C. van Seventer te Rotterdam,
tegen
JEROEN LIEVEN DE KREEK,
wonende te Amsterdam,
gedaagde,
in persoon verschenen.
1.
De procedure
Gedaagde, verder te noemen De Kreek, heeft bij aanvang van de
terechtzitting van 9 juli 2012 de voorzieningenrechter gewraakt. De
behandeling van de zaak is daarna geschorst. Na beoordeling van de
wraking door de wrakingskamer, waarbij het verzoek is afgewezen, is de
behandeling voortgezet. Eiseres, verder te noemen BJZ Rotterdam, heeft ter
terechtzitting gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit
vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagde heeft verweer gevoerd met
conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. BJZ Rotterdam
heeft producties en een pleitnota in het geding gebracht. De Kreek heeft een
pleitnota en producties in het geding gebracht. Producties die De Kreek niet
tevens aan de wederpartij wilde overleggen zijn door de
voorzieningenrechter als in strijd met de goede procesorde geweigerd.
Partijen hebben verzocht vonnis te wijzen. Ter terechtzitting waren, voor
zover van belang, aan de zijde van BJZ Rotterdam aanwezig: C. Bottema,
gezinsvoogd, K. Houtstra, gezinsvoogd, M. van Zon, teamleider BJZ
Rotterdam, A. Stucky, maatschappelijk werker, R. Meeuwissen, algemeen
directeur, en mr. Van Seventer. Tevens was De Kreek aanwezig.520610 / KG ZA 12-912 SPIPV
20 juli 2012
2
j”
2. De feiten
2.1. Op 12 juni 2012 is op verzoek en na daartoe verkregen machtiging van de
kinderrechter te Rotterdam bij een gezin een op 22 april 2012 geboren
dochtertje uit huis geplaatst. Voorafgaande aan de uithuisplaatsing heeft het
desbetreffende gezin zich laten bijstaan door De Kreek, (kennelijk) een
vriend van de familie.
2.2. Op 15 juni 2012 heeft De Kreek bij de politie Rotterdam-Rijnmond aangifte
gedaan tegen (onder meer) BJZ Rotterdam. Het proces-verbaal dat naar
aanleiding van die aangifte is opgesteld vermeldt, voor zover hier van
belang, het volgende:
“Hij deed aangifte en verklaarde het volgende:
“Mijn naam is Jeroen de Kreek, ik ben naar het bureau gekomen om
aangifte te doen van een hele rits strafbare feiten, te weten: valsheid in
geschrifte, aanmatiging van rechten, verstrekking van onjuiste gegevens, in
hulpeloze toestand brengen, smaad en laster, onttrekking van een
minderjarige aan het ouderlijk gezag, schaking, wederrechtelijke
vrijheidsberoving, gijzeling middels executie van een op valse gronden
verkregen mondelinge last van de kinderrechter, dwang, oplichting, dwang
door ambtenaar, onbevoegd binnentreden van een woning, onbevoegd
opvoeren van titels, verstrekking onjuiste gegevens, uitlokking eigen
richting, diverse misdrijven tegen de zeden in verband met minderjarigen /
hulpbehoevenden, deelname aan een criminele organisatie.”
2.3. Op enig moment is op de website http://www.xead.nl een gedicht geplaatst met als
titel “Derde Wereldoorlog aan de gang in Jeugdworgland.! l,”,
2.4. Verder is op enig moment op de website http://www.dekreek.lawyers.nl een
artikel geplaatst met de titel “Waarschuwing voor Jeugdzorg-medewerkers”.
Dit artikel vermeldt, voor zover hier van belang, het volgende:
“De slechte boodschap is dat ouders en jeugdigen feitelijk bevoegd zijn ter
gerechtvaardigde zelfverdediging proportioneel geweld tegen Jeugdzorg
medewerkers te gebruiken omdat het redelijke vermoeden is dat Jeugdzorg
medewerkers deel uitmaken van een crimineel netwerk in het ministerie
van veiligheid en justitie wat deelneemt aan kindermishandeling.
Jeugdzorg medewerkers vinden dit wellicht een vervelende mededeling
gezien de recente woede aanval van een 16-jarige jongen die daarbij een
Jeugdzorg-medewerker met mes bedreigde. Medewerkers van Stichtingen
Bureau Jeugdzorg zetten willens en wetens (potentiële cliënten) onder
druk om de zorg in beheer van één van de Stichtingen Bureau Jeugdzorg
op te dringen.
Het vervalst daarbij dossiers en misbruikt officiële hoedanigheden.
Bedrog, bedreiging, aannemen valse hoedanigheden, zijn schering en3
520610 / KG ZA 12-912 SPIPV
20 juli 2012
inslag bij Jeugdzorg. Het opereert als een politionele en justitiële
organisatie die er op uit is gezinnen totaal te ontwrichten en uit te
rechercheren zonder dat er een redelijk vermoeden is van een strafbaar
feit. ”
2.5. Voorts is op enig moment op de website
http://www.youtube.comlwatch?v=5dnzK5vdeQ een filmpje geplaatst
waarop medewerkers van BJZ Rotterdam te zien zijn bij een bezoek aan het
hiervoor onder 2.1. voormelde gezin.
2.6. Op 25 juni 2012 is op de website http://www.loketbjz.nl
geplaatst:
“De Jacht op Jeugdzorg
Jeugdzorg-medewerkers!
het volgende artikel
Maffia is begonnen de eerste aangiften tegen
By Mr. J.L. de Kreek
Problemen
voor Jeugdzorg-medewerkers
Jeugdzorg-medewerkers
halen zich een hoop persoonlijke problemen
op de hals door de manier waarop zij menen uitvoering te moeten geven
aan vermeende bevoegdheden. Om een voorbeeld te stellen: Anthony
Stucky, oplichter eerste klas. Rotterdam werkt hij. Hij terroriseert
gezinnen en komt namens Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam
afspraken niet na opdat hij geen zicht heeft op Jeugdigen en valse
zorgmeldingen doen kan. Tegen hem is 15 juni 2012 bij de politie te
Rotterdam aangifte gedaan in verband met een hele reeks aan strafbare
feiten waaronder deelname aan een criminele organisatie. De juridische
jacht op hem en zijn collega’s is geopend. Voorts worden de volgende
personen werkzaam bij Jeugdzorg of de Raad voor de
Kinderbescherming
gezien als criminelen e%f personen met een
pathologische afwijking die gevaar levert voor derden:
Mvr A. van Zon (Teamleider Bureau Jeugdzorg Rotterdam); Dhr T. van
Aerde (Bureau Jeugdzorg Rotterdam); Dhr P. van Dalen (Teamleider Raad
voor de Kinderbescherming); Mvr J.H. Schuur (Raadsonderzoeker Raad voor
de Kinderbescherming);
V. van de Graaf (Raadsonderzoeker
Raad voor de
Dhr A.C. Buis (Teamleider Raad voor de
Kinderbescherming);
Kinderbescherming);
N. Verbrugge (Medewerker Raad voor de
Kinderbescherming);
H. Jordaan (Medewerker Raad voor de
Kinderbescherming);
Mvr. K. Houtstra (Voorlopige gezinsvoogd); Mvr.
Bottema (Voorlopige gezinsvoogd); Directie en Raad voor de
Kinderbescherming
(art 51 lid 1 Sv); Directie en Stichting Bureau
Jeugdzorg (art 51 lid 1 Sv); Dhr rnr Joris Demmink Secretaris Generaal
Ministerie van Veiligheid en Justitie; en natuurlijk de eerder genoemde Dhr520610 / KG ZA 12-912 SPIPV
20 juli 2012
4
A. Stucky (Maatschappelijk werker, Crisis Interventie Team Bureau
Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam).
De stratbare feiten waarvan zij verdacht worden zijn: aanmatiging van
rechten; valsheid in geschrifte; verstrekking onjuiste gegevens; in
hulpeloze toestand brengen; smaad; laster; onttrekking minderjarige
aan gezag over hem; schaking; wederrechtelijke vrijheidsberoving;
gijzeling middels executie valse lasten kinderrechters;
dwang;
oplichting; dwang door ambtenaar; onbevoegd binnentreden woning;
onbevoegd opvoeren titels; verstrekking onjuiste gegevens; uitlokking
eigen richting/noodweer;
diverse misdrijven tegen de zeden i.v.m.
Minderjarigen! hulp behoevende (titel XIV sr); deelname criminele
Organisatie. In verband met secretaris-generaal Joris Demmink is tevens
aangifte gedaan van de volgende extra stratbare feiten: oorlogsmisdrijven;
terrorisme gerelateerde misdaden; deelname terroristische organisatie;
internationale misdrijven (WIM).
2.7. Op 25 juni 2012 is op de website http://www.twitter.com door een gebruiker met
de naam JeugdzorgMaffia het volgende bericht geplaatst:
“De jacht op Jeugdzorg Maffia is begonnen de eerste aangiften tegen
Jeugdzorgmedewerkers”,
2.8. Op 25 juni 2012 is op de website http://www.twitter.com door een gebruiker met
de naam JeugdzorgMaffia het volgende bericht geplaatst:
“Bureau #Jeugdzorg is een criminele organisatie die #kinderen makkelijk te
prooi en slachtoffer maakt door #Pedofiele #Kindermisbruikers.”.
I uploaded a You Tube Video.be (. ..) Jeugdzorg Maffia Politie zonder
identificatie. ”
2.9. Bij aangetekende brief van 29 juni 2012 heeft mr. Van Seventer, namens
BJZ Rotterdam, De Kreek gesommeerd om per ommegaande de grievende
en beledigende uitlatingen over BJZ Rotterdam op de websites Jeugdzorg
Maffia, Xead, LoketBJZ en het twitteraccount Jeugdzorgmaffia, die alle
volgens haar van De Kreek afkomstig waren, te verwijderen en zich in de
toekomst te onthouden van vergelijkbare uitlatingen jegens BJZ Rotterdam
en haar medewerkers.
2.10. Op 1juli 2012 is op de website http://www.loketbjz.nl een artikel geplaatst met de
titel “De Maffia’s “Bureau Jeugdzorg Rotterdam & Jeugdzorg Nederland”
wilt ruzie en oorlog!”. Dit artikel vermeldt, voor zover hier van belang, het
volgende:
“By 1.L. de Kreek
5
520610/ KG ZA 12-912 SP/PV
20 juli 2012
Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam heeft een brief gestuurd waarin het
bekend maakt het niet leuk te vinden dat de schandalige feiten over
Jeugdzorg en de Jeugdzorg-medewerkers openbaar gemaakt worden. Niet
voor niks worden Jeugdzorg-zaken waarbij Jeugdzorg op basis van
verzonnen feiten kinderen ouders afhandig maakt, in besloten zittingen
gehouden.
De smoes is om de privacy van de slachtoffers van Jeugdzorg te
beschermen.
Aangezien Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam via de brief van 29 juni
2012 laat weten LoketBJZ en Jeugdzorgmaffia gelezen te hebben wordt van
de gelegenheid gebruik gemaakt Jeugdzorg in Nederland te laten weten dat
het beter eieren voor de geld kiest. Het belang van Jeugdigen heeft
voorrang boven de blatante corruptie, machtsmisbruik, schenden van
bevoegdheden en het commerciele eigen belang van Jeugdzorg-
medewerkers
Er gaan miljoen om in Jeugdzorg. Jeugdzorg heeft er belang bij gezinnen te
ontwrichten. Voor zover gezinnen niet ontwricht zijn maakt Jeugdzorg
misbruik van elke mogelijke gelegenheid gezinnen naar de afgrond te
dragen. LoketBJZ is om die schandalige feiten, waar de politiek overigens
actief aan bijdraagt, aan het licht te brengen en de betrokken medewerkers
rechtens te schandpalen waar iedereen bij staat.”
2.11. Het hiervoor onder 2.10 vermelde artikel is ook op de websites
https://jeugdzorgmaffia.wordpress.com
en http://www.xead.nl verschenen. Op de
het artikel onder de titel “Oorlog in
website http://www.xead.nl is
Jeugdworgland.l! Ja.ja, alweer.!! Grote interne jeugdworgbrand, men pikt
het niet meer.!!” geplaatst, echter zonder de naam van De Kreek in de
aanhef. De artikelen vermelden als bron:
http://loketbjz.nl/20
12/06/30Ibureau-jeugdzorg-wil-ruzie”.
2.12. Tevens is op 1 juli 2012 op de website http://www.twitter.com
door een gebruiker
met de naam JeugdzorgMaffia
het volgende bericht geplaatst:
“Door de Advocaat A.c. van Seventer de hoer van Maffia Bureau
#Jeugdzorg Rotterdam @BJZRotterdam is een Criminele Organisatie”.
3. Het geschil
3.1. BJZ Rotterdam vordert – samengevat -:
primair, De Kreek te veroordelen om binnen 24 uur na de betekening
vonnis ervoor te zorgen dat alle content achter de domeinnamen:
– hup://jeugdzorgmaffia.wordpress.com,
http://xead.nl,
http://loketbjz.nl
van dit520610 / KG ZA 12-912 SPIPV
20 juli 2012
http://dekreek.lawyers.nl
en de twitteraccount https://twitter.com/JeugdzorgMaffia zal zijn
verwijderd van internet, en deze content verwijderd te houden,
behoudens een in de dagvaarding vermelde rectificatie;
subsidiair, De Kreek te veroordelen om binnen 24 uur na de betekening van
dit vonnis het ertoe te leiden dat elke verwijzing naar of vermelding van
BJZ Rotterdam en haar bestuurders, werknemers en advocaat, daaronder
mede begrepen beeld- en filmmateriaal, op de websites
http://Jeugdzorgmaffia.wordpress.com,
http://xead.nl,
http://loketbjz.nl
http://dekreek.lawyers.nl
en de twitteraccount https://twitter.com/JeugdzorgMaffia zal zijn
verwijderd van internet, behoudens een in de dagvaarding vermelde
rectificatie;
primair en subsidiair
a) De Kreek te veroordelen om binnen 24 uur na de betekening van dit
vonnis het filmpje op http://www.youtube.com/watch?v=5dnzK5vdeQ
van internet te verwijderen en verwijderd te houden,
b) De Kreek te verbieden zich na de betekening van dit vonnis,
publiekelijk in welke vorm of hoedanigheid dan ook, beledigend of
onnodig grievend uit te laten over BJZ Rotterdam en haar werknemers,
c) De Kreek te veroordelen op de websites:
http://Jeugdzorgmaffia.wordpress.com,
http://xead.nl,
http://loketbjz.nl
http://dekreek.lawyers.nl
met een verwij zing ernaar op het twitteraccount
https://twitter.com/JeugdzorgMaffia een in de dagvaarding vermelde
rectificatie te plaatsen,
d) De Kreek te veroordelen tot betaling van een dwangsom van
EUR 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat De Kreek in
gebreke blijft aan dit vonnis te voldoen,
e) De Kreek te veroordelen in de kosten van dit geding.
3.2. De Kreek voert verweer.
3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader
mgegaan.
4. De beoordeling
4.1. Omdat in dit geval sprake is van een procedure waarin een voorlopige
voorziening wordt gevorderd, zal de voorzieningenrechter artikel 127a lid 1
en lid 2 Rv – waarin is bepaald dat aan het niet tijdig betalen van het
6520610 / KG ZA 12-912 SPIPV
20 juli 2012
7
griffierecht consequenties worden verbonden – buiten beschouwing laten.
Toepassing van deze bepaling zou immers, gelet op het belang van één of
beide partijen bij de toegang tot de rechter, leiden tot een onbillijkheid van
overwegende aard.
4.2. In geschil is de vraag of De Kreek moet worden veroordeeld de door BJZ
Rotterdam gemelde uitlatingen op internet te verwijderen en verwijderd te
houden. Als primair verweer heeft De Kreek aangevoerd dat de
voorzieningenrechter onbevoegd is omdat BJZ Rotterdam er kennelijk op
uit is om zicht te krijgen op de bewijselementen die ten grondslag liggen aan
de door De Kreek op 15 juni 2012 gedane aangifte. Volgens hem worden
aldus regels van strafprocesrecht doorbroken. De Kreek wordt daarin niet
gevolgd. De vorderingen van BJZ Rotterdam in dit kort geding zijn gericht
op het verwijderen van uitlatingen op internet en niet op het verkrijgen van
de aan de aangifte van De Kreek ten grondslag liggende stukken. Dat regels
van strafprocesrecht worden doorbroken valt, nog los van de vraag of dit tot
onbevoegdheid van de voorzieningenrechter kan leiden, dan ook niet in te
zien.
4.3. De Kreek heeft voorts aangevoerd dat BJZ Rotterdam met de onderhavige
procedure misbruik van procesrecht maakt omdat BJZ Rotterdam daarmee
tracht te voorkomen dat er bekendheid wordt gegeven aan de door hem aan
de orde gestelde strafbare feiten gepleegd door BJZ Rotterdam. Ook daarin
wordt De Kreek niet gevolgd. BJZ Rotterdam heeft het recht om in de
onderhavige procedure de rechtmatigheid van de uitlatingen van De Kreek
op het internet ter beoordeling voor te leggen.
4.4. Voorts wordt De Kreek niet gevolgd in zijn stelling dat BJZ Rotterdam niet
ontvankelijk is in haar vorderingen omdat de in geschil zijnde uitlatingen
gericht zijn tegen medewerkers van BJZ Rotterdam en die medewerkers
geen partij zijn in dit geding. De in geding zijnde uitlatingen richten zich
(onder meer) tegen medewerkers van BJZ Rotterdam in de uitoefening van
hun functie. Bovendien wordt daarin gesteld dat de medewerkers van BJZ
Rotterdam samen een criminele organisatie vormen en dat BJZ Rotterdam
dus een criminele organisatie is. BJZ Rotterdam heeft voldoende
aannemelijk gemaakt dat zij door die uitlatingen rechtstreeks in haar belang
wordt geraakt. Het belang van BJZ Rotterdam om tegen de uitlatingen op te
kunnen komen is daarmee gelijk aan dat van haar medewerkers.
4.5. De Kreek heeft verder betwist dat hij de in geding zijnde uitlatingen op de
websites http://Jeugdzorgmaffia.wordpress.com,
http://xead.nl en het
twitteraccount https://twitter.com/JeugdzorgMaffia
heeft geplaatst. Volgens
hem zijn deze sites en dit twitteraccount niet van hem. Het onder 2.3.
bedoelde gedicht is ook niet van zijn hand. Daarnaast heeft hij betwist dat
het filmpje op Youtube waarin medewerkers van BJZ Rotterdam te zien zijn
520610 / KG ZA 12-912 SPIPV
20 juli 2012
8
van hem afkomstig is. De voorzieningenrechter overweegt ten aanzien
daarvan dat BJZ Rotterdam tegenover de betwisting door De Kreek geen
stukken heeft overgelegd, zoals bijvoorbeeld van de beheerders van de
desbetreffende websites, waaruit blijkt dat De Kreek de persoon is die
toegang heeft daartoe en dat hij de desbetreffende artikelen en uitlatingen
daarop heeft geplaatst. Daarnaast wordt bij een aantal uitlatingen als bron de
website http://www.loketbjz.nl genoemd, zodat op dit moment niet kan worden
uitgesloten dat derden de berichtgeving afkomstig van de laatstgenoemde
website hebben overgenomen. De vraag wie de in geding zijnde uitlatingen
op de websites http://Jeugdzorgmaffia.wordpress.com,
http://xead.nl, het
twitteraccount en Youtube hebben geplaatst vergt derhalve een nader
onderzoek naar de feiten, waar een kort geding zich niet voor leent. Een en
ander zal in een bodemprocedure nader dienen te worden onderzocht. De
vorderingen van BJZ Rotterdam gericht tegen deze uitlatingen kunnen
daarmee in dit kort geding niet slagen, behoudens in na te noemen zin ten
aanzien van het op genoemde sites (al dan niet door toedoen van derden)
geplaatste artikel van de hand van De Kreek (zie hierna onder 4.12).
4.6. Niet in geschil is evenwel dat de uitlatingen op de websites http://loketbjz.nl
en http://dekreek.lawyers.nl wel van De Kreek afkomstig zijn. Met
betrekking tot de door BJZ Rotterdam gevorderde verwijdering daarvan
overweegt de voorzieningenrechter het volgende.
4.7. Uitgangspunt is dat de toewijzing van de vorderingen van BJZ Rotterdam in
beginsel een beperking inhoudt van het in artikel 10 lid 1 van het Europees
Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele
Vrijheden (EVRM) neergelegde grondrecht van De Kreek op vrijheid van
meningsuiting. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt indien dit bij
de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving
bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen
(artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien is
sprake, wanneer de uitlatingen van De Kreek onrechtmatig zijn in de zin van
artikel 6: 162 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voor het antwoord op de
vraag of hiervan sprake is, dienen het recht op vrije meningsuiting en het
recht ter bescherming van eer of goede naam tegen elkaar te worden
afgewogen.
4.8. Het belang van De Kreek is dat hij zich in het openbaar kritisch,
informerend, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over
misstanden die de samenleving raken. Het belang van BJZ Rotterdam is erin
gelegen dat zij niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan voor haar
ongewenste en schadelijke negatieve publiciteit. Welk van deze belangen,
die in beginsel gelijkwaardig zijn, de doorslag behoort te geven, hangt af
van de omstandigheden van het geval.
520610 / KG ZA 12-912 SPIPV
20 juli 2012
9
4.9. Bij de belangenafweging gaat het onder meer om de aard van de
gepubliceerde beschuldigingen, de ernst van de te verwachten gevolgen en
om de mate waarin die mededelingen op het moment van de publicatie steun
vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal. De publicerende partij moet
de juistheid van de publicatie aannemelijk maken, desnoods achteraf.
4.10. Voldoende aannemelijk is dat de in geding zijnde uitlatingen op de websites
http://loketbjz.nl en http://dekreek.lawyers.nl, die erop neerkomen dat BJZ
Rotterdam en haar medewerkers verdacht worden van diverse ernstige
misdrijven, schadelijk is voor (de goede naam van) BJZ Rotterdam. Zij
wordt daarin immers neergezet als een criminele organisatie.
4.11. BJZ Rotterdam heeft de juistheid van de beweringen bestreden. De Kreek
heeft daartegenover geen feiten of omstandigheden gesteld die aantonen of
op zijn minst aannemelijk maken dat BJZ Rotterdam of haar medewerkers
de door hem gestelde misdrijven hebben begaan, althans dat zij daarvan
verdacht worden. De enkele omstandigheid dat De Kreek op 15 juni 2012
jegens BJZ Rotterdam en een aantal medewerkers daarvan aangifte bij de
politie Rotterdam-Rijnmond heeft gedaan is daarvoor onvoldoende, te meer
nu niet gebleken is dat die aangifte heeft geleid tot het aanmerken van BJZ
Rotterdam en de desbetreffende medewerkers als verdachte in de zin van
artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering en tot vervolging door het
openbaar ministerie. Nu niet is gebleken van enige feitelijke onderbouwing
van de beschuldigingen van De Kreek jegens (medewerkers van) BJZ
Rotterdam, moet er in dit geding van worden uitgegaan dat de door De
Kreek gedane beweringen over BJZ Rotterdam onjuist zijn. Door in
voormelde artikelen op http://loketbjz.nl en http://dekreek.lawyers.nl
dergelijke schadelijke en onjuiste mededelingen te doen, handelt De Kreek
onrechtmatig jegens BJZ Rotterdam. Vaneen rechtvaardigingsgrond
daarvoor is niet gebleken. Het beroep van De Kreek op de vrijheid van
meninguiting kan hem daarom niet baten.
4.12. Het voorgaande betekent dat De Kreek zal worden veroordeeld om de
artikelen op de websites http://loketbjz.nl en http://dekreek.lawyers.nl
waarin wordt gesteld dat BJZ Rotterdam een criminele organisatie is en zich
bezig houdt met het plegen van misdrijven, te verwijderen. Voor een
verdergaande veroordeling, inhoudende de verwijdering van alle artikelen
op die websites of elk artikel waarin wordt verwezen naar BJZ Rotterdam, is
geen plaats. Immers, niet is gesteld of gebleken dat elk artikel op voormelde
websites op BJZ Rotterdam betrekking heeft en bovendien is niet elke
verwijzing op die websites naar BJZ Rotterdam op voorhand als
onrechtmatig te beschouwen. Het dient te gaan om de onrechtmatige
uitlatingen van De Kreek ten aanzien van BJZ Rotterdam zoals die hier in
geding zijn. Verder zal De Kreek worden veroordeeld tot het doen van een
schriftelijk verzoek aan de beheerder van de websites
520610/ KG ZA 12-912 SPIPV
20 juli 2012
10
http://Jeugdzorgmaffia.wordpress.com
en http://xead.nl om het onder 2.10.
aangehaalde artikel van zijn hand van deze sites te verwijderen, een en
ander voor zover hij dit niet reeds zelf kan bewerkstelligen.
4.13. Tevens is op grond van de thans bekende feiten en omstandigheden een
bevel aan De Kreek om de verspreiding van de bewering, dat BJZ
Rotterdam een criminele organisatie is en dat haar medewerkers verdacht
worden van voormelde strafbare feiten, te staken en gestaakt te houden op
zijn plaats. In zoverre is de vordering van BJZ Jeugdzorg als bedoeld in 3.l.,
primair en subsidiair, onder b) toewijsbaar.
4.14. Ook de gevorderde rectificatie zal ten aanzien van de websites
http://loketbjz.nl en http://dekreek.lawyers.nl worden toegewezen, zij het
met de hierna te melden tekst. Een termijn, zoals gevorderd, van drie
maanden om de rectificatie op de openingspagina te plaatsen, komt daarbij
redelijk voor. Zodoende kunnen ook personen die niet dagelijks deze
websites bezoeken kennis nemen van de rectificatie en de onrechtmatigheid
van de artikelen over BJZ Rotterdam.
4.15. De door BJZ Rotterdam gevorderde dwangsommen zullen worden
gemaximeerd als na te melden.
4.16. De Kreek zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de
proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van BJZ
Rotterdam worden begroot op:
– dagvaarding
EUR
94,33
575,00
– griffierecht
– salaris advocaat
816,00
Totaal
EUR
1.485,33
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1. veroordeelt De Kreek om binnen 24 uur na de betekening van dit vonnis de
artikelen op de websites http://loketbjz.nl en http://dekreek.lawyers.nl voor
zover deze de strekking hebben dat BJZ Rotterdam een criminele
organisatie is en dat haar medewerkers zich schuldig maken aan strafbare
feiten, te verwijderen en verwijderd te houden,
5.2. veroordeelt De Kreek om binnen één week na de betekening van dit vonnis
schriftelijk, met afschrift aan BJZ Rotterdam, althans aan haar advocaat, de
beheerder van de websites http://Jeugclzorgmaffia.worclpress.com en
http://xeacl.nl onder verwijzing naar de inhoud van dit vonnis te verzoeken
om het artikel van zijn hand als aangehaald onder 2.10. van dit vonnis van
520610 / KG ZA 12-912 SP/PV
20 juli 2012
11
deze websites te verwijderen,
5.3. bepaalt dat De Kreek voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij in strijd
handelt met het onder 5.1. of 5.2. bepaalde, aan BJZ Rotterdam een
dwangsom verbeurt van EUR 1.000,00, tot een maximum van
EUR 10.000,00,
5.4. beveelt De Kreek om na de betekening van dit vonnis iedere verspreiding
van de bewering dat BJZ Rotterdam een criminele organisatie is en dat haar
medewerkers zich schuldig maken aan strafbare feiten te staken en gestaakt
te houden,
5.5. bepaalt dat De Kreek voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij in strijd
handelt met het onder 5.3. bepaalde, aan BJZ Rotterdam een dwangsom
verbeurt van EUR 1.000,00, tot een maximum van EUR 10.000,00,
5.6. beveelt De Kreek om binnen 24 uur na de betekening van dit vonnis voor
een termijn van 3 maanden op de openingpagina van de websites, met de
URL http://loketbjz.nl en http://dekreek.lawyers.nl, een rectificatie te
plaatsen met de volgende inhoud, in een lettertype in grootte gelijk aan de
hoofdletters in de kop van het door De Kreek op 25 juni 20 12 op de website
http://www.loketbjz geplaatste artikel “De Jacht op Jeugdzorg Maffia is begonnen
de eerste aangiften tegen Jeugdzorg-medewerkers!”, met dien verstande dat
het bericht zo dient te worden geplaatst dat het direct zichtbaar is wanneer
de openingspagina van de website wordt opgeroepen en zonder dat daar
enig commentaar wordt bijgevoegd:
“Rectificatie
Op deze websites zijn artikelen geplaatst waarvan de strekking is dat
Stichting Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam een criminele organisatie
is en dat zij verdacht wordt van diverse misdrijven. De voorzieningenrechter
van de rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat deze beschuldigingen
geen steun vinden in de feiten en dat ik daarom met de openbaarmaking van
die artikelen onrechtmatig jegens Stichting Bureau Jeugdzorg Stadsregio
Rotterdam heb gehandeld. De voorzieningenrechter heeft mij veroordeeld
tot het plaatsen van deze rectificatie.;
J.L. de Kreek”,
5.7. bepaalt dat De Kreek voor iedere dag dat hij in strijd handelt met het onder
5.5. bepaalde, aan BJZ Rotterdam een dwangsom verbeurt van
EUR 1.500,00, tot een maximum van EUR 20.000,00,
5.8. veroordeelt De Kreek in de proceskosten, aan de zijde van BJZ Rotterdam
tot op heden begroot op EUR 1.485,33,
520610 / KG ZA 12-912 SPIPV
20 juli 2012
5.9. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.10. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.P. Pompe, voorzieningenrechter, bijgestaan door
mr. P.J. van Vliet, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2012.
type: PlvV
coll:
fYtV
12VERKORTE
DAGVAARDINGSTERMIJN
EX ARTIKEL
117 RV
L3131228
Heden, de vierde juli tweeduizendtwaalf;
op verzoek van de stichting Stichting
Bureau Jeugdzorg
Stadsregio
Rotterdam,
gevestigd aan
het Delftseplein 29 te 3013 AA Rotterdam, die in deze zaak wordt, vertegenwoordigd door haar
advocaat mr. A.C. van Seventer, eveneens gevestigd aan het Delftseplein 29 te 3013 AA Rotterdam;
Heb ik, Mandy Vegter, als toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder
werkzaam op het kantoor van
Johannes Cornelis Maria van der Weijden als gerechtsdeurwaarder gevestigd te Amsterdam en aldaar
kantoorhoudende aan het adres Kon. Wilhelminaplein 30;
krachtens last van de voorzieningenrechter
ex artikel 254 Rv van de rechtbank Amsterdam;
GEDAGVAARD
IN KORT GEDING:
2&•.••.
Jeroen Lieven de Kreek, wonende te
aan de
aldaar mijn exploot doende en afschrift dezes latende aan voormeld adres in gesloten envelop
omdat ik aldaar een manspersoon
aantrof die weigerde zijn naam te zeggen;
OM:
Op maandag
de negende juli
digd door een (proces)advocaat,
tweeduizendentwaalf
om 16.00 uur, in persoon of vertegenwoor-
te verschijnen ter terechtzitting
van de voorzieningenrechter
van de
rechtbank Amsterdam, rechtdoeride in kort geding, welke zitting dan gehouden zal worden aan de
Parnassusweg 220 te 1076 AV Amsterdam;
MET AANZEGGING,
a)
indien gedaagde niet in persoon en evenmin vertegenwoordigd
terechtzitting
verschijnt, en de voorgeschreven
DAT:
door een advocaat op de
termijnen en formaliteiten
in acht zijn genomen,
de rechtbank verstek tegen gedaagde zal verlenen en de hierna omschreven
toewijzen, tenzij deze hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt;
vordering zal•
van gedaagde in het geding een griffierecht van € 267,00
b) bij verschijning
c) te voldoen binnen vier weken, te rekenen vanaf het tijdstip van verschijning;
van een persoon die onvennogend is, een lager griffierecht wordt geheven, namelijk van
zal worden geheven,
€ 73,00, indien hij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven, heeft overgelegd:
1. een afschrift van het besluit tot toevoeging, bedoeld in artikel 29 van de Wet op de rechtsbij-
stand, of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden
die redelijkerwijs
niet aan
hem zijn toe te rekenen, een afschrift van de aanvraag, bedoeld in artikel 24, tweede lid, van
de Wet op de rechtsbijstand, dan wel
2. een verklaring van de raad als bedoeld in artikel 1, onder b, van die wet, waaruit blijkt dat
zijn inkomen niet meer bedraagt dan de bedragen, bedoeld in artikel 35, derde en vierde lid,
telkens onderdelen a tot en met d dan wel in die artikelleden, telkens onderdeel e, van die wet;
met dien verstande dat als gevolg van een inmiddels van kracht geworden wijziging van de
Wet op de rechtsbijstand
raad voor rechtsbijstand,
nu geldt dat de verklaring wordt verstrekt door het bestuur van de
bedoeld in artikel 2 van die wet, terwijl de bedragen waaraan het
inkomen wordt getoetst, zijn vermeld in artikel 2, eerste en tweede lid, van het Besluit eigen
bijdragen rechtsbijstand.
TENEINDE:
op die genoemde tijd en plaats namens eiseres als verzoekster tegen zich als gedaagde te horen
concluderen voor eis als volgt:
Oe feiten
1.
Eiseres, hierna te noemen “Bureau Jeugdzorg” is sedert 23 april 2012 betrokken bij een gezin
waarin op 22 april 2012 een dochtertje is geboren. Op 8 juni is dit babytje op verzoek van de
Raad voor de Kinderbeschenning voorlopig onder toezicht gesteld, waarna op 12 juni 2012
een uithuisplaatsing
volgde op verzoek van Bureau Jeugdzorg (uiteraard na een daartoe
verkregen machtiging van de kinderrechter). De kinderrechter bekrachtigde bij beschikking van
20 juni de machtiging uithuisplaatsing en verlengde deze tot 8 september 2012, de einddatum
van de voorlopige ondertoezichtstelling.
2.
Zowel het crisisinterventieteam
(CIT) als de afdeling jeugdbeschenning
van Bureau Jeugdzorg
hebben gedurende voormeld traject bemoeienis gehad met voormeld gezin. Daarbij hebben
ouders op enig moment aangegeven
zich te willen laten bijstaan door de gedaagde, hierna te
noemen “Oe Kreek”, die een vriend van de familie zou zijn. Na de uithuisplaatsing riepen
ouders ook de bijstand in van advocaten, maar De Kreek bleef op de achtergrond betrokken.
23.
Medio juni 2012, dat wil zeggen kort na de uithuisplaatsing,
is Bureau Jeugdzorg geconfron-
teerd met uitlatingen op het internet, welke van De Kreek afkomstig zijn. Teneur van deze
uitlatingen is dat Bureau Jeugdzorg een criminele organisatie is, en dat haar medewerkers
zich
schuldig maken aan ernstige strafbare feiten, waaronder zedendelicten en kinderontvoering.
De uitlatingen werden gedaan op websites van De Kreek, genaamd Jeugdzorgmaffia, Xead
(Jacht op Jeugdworgmaffia),
Loket BJZ, en het corresponderende
twitteraccount
#Jeugdzorg-
maffia. Daarbij werden ook de namen van individuele medewerkers van BJZ genoemd. Voorts
werd op YouTube een filmpje geplaatst waarop kort maar duidelijk een medewerkster van
Bureau Jeugdzorg te zien is bij een bezoek aan de woning van het gezin (zie:
http://www.youtube.com/watch?v=5dnzK5vdeQ). Op de website Dekreek.lawyers
bleek bovendien een (impliciete) oproep tot geweld jegens medewerkers van Bureau Jeugdzorg te
staan. Als bijlage 1 zal Bureau Jeugdzorg in het geding brengen een selectie van de teksten
die De Kreek op internet heeft geplaatst onder vermelding van de bron van de betreffende
teksten.
De vordering
4.
Bureau Jeugdzorg is niet bereid de uitingen van De Kreek op het internet te tolereren. Bureau
Jeugdzorg meent dat deze uitlatingen dienen te eindigen door De Kreek te veroordelen tot
verwijdering van alle content achter de door hem gebruikte domeinnamen en twitteraccounts,
en deze content ook verwijderd te houden, door het betreffende filmpje op You Tube te verwij-
deren, en door hem voorts te verbieden zich publiekelijk in welke vorm of hoedanigheid dan
ook op beledigende of onnodig grievende zin uit te laten over Bureau Jeugdzorg en haar
medewerkers,
een en ander op straffe van en dwangsom.
De grondslag van de vordering
5.
Bureau Jeugdzorg meent dat de diverse uitlatingen van De Kreek op zijn websites en via
Twitter, alsmede het publiceren van de namen van medewerkers en het plaatsen van het
filmpje, onrechtmatig zijn. Allereerst zijn de uitlatingen, welke zeer grievend zijn, feitelijk onjuist.
De uitlatingen worden ook niet met bewijsmateriaal onderbouwd. Bovendien wordt door deze
lichtvaardige verdachtmakingen de eer en goed naam van de betrokken medewerkers ge-
schaad. Dit bemoeilijkt hen in hun werk, omdat cliënten van Bureau Jeugdzorg vertrouwen in
de jeugdzorg moeten kunnen hebben. Indien zij kennis nemen van deze beschuldigingen,
zal
dat het vertrouwen schaden. Ten slatte meent Bureau Jeugdzorg dat de onrechtmatigheid eruit
bestaat dat enerzijds geweld tegen medewerkers wordt gerechtvaardigd, terwijl anderzijds de
namen van medewerkers
en een filmpje worden gepubliceerd,
waarop een van deze mede-
werkers te zien is. De betreffende medewerkers ervaren dit als een oproep om geweld tegen
hen persoonlijk te gebruiken, en mogelijk is het ook zo bedoeld.
6.
De onrechtmatigheid
van de uitlatingen van De Kreek wordt niet weggenomen
op de vrijheid van meningsuiting.
meningsuiting
met een beroep
Op grond van artikel 10 lid 2 EVRM kan het recht op vrije
worden beperkt door de bescherming van de goede naam of de rechten van
3.. .
anderen, zoals in casu Bureau Jeugdzorg en haar medewerkers.
Nu een feitelijke grondslag
aan de uitingen ontbreekt is er alle reden om deze beperking van toepassing te achten.
Het standpunt van De Kreek
7.
Bureau Jeugdzorg
heeft De Kreek per brief d.d. 29 juni 2012 gesommeerd
zijn uitlatingen te
staken en deze van zijn sites en twitteraccount te verwijderen, alsmede het filmpje op You
Tube te verwijderen. Een kopie van deze brief zal als bijlage 2 in het geding worden gebracht.
De Kreek heeft aan de sommatie niet voldaan, maar plaatste de brief integraal op zijn website
met de mededeling “Bureau Jeugdzorg Rotterdam & Jeugdzorg Nederland wilt ruzie en oorlog”
(wordt als bijlage 3 in het geding gebracht. De uitlatingen van De Kreek en het filmpje werden
door De Kreek niet van zijn websites en twitteraccount verwijderd. De Kreek liet de advocaat
van Bureau Jeugdzorg per e-mail weten ook tegen haar aangifte te zullen doen en noemde
haar op twitter “de hoer van Maffia Bureau Jeugdzorg”.
Spoedeisend
8.
belang
Inmiddels is op de site http://www.jijnu.nl een verwijzing geplaatst naar een van de websites van De
Kreek. De berichten worden bovendien overgenomen door anderen. bewijzen hiervan zullen
als bijlage 4 en bijlage 5 in het geding gebracht worden. Bureau Jeugdzorg heeft er derhalve
een spoedeisend belang bij dat De Kreek zijn onrechtmatige gedragingen stopzet, zodat
verdere verspreiding
op het internet wordt tegengegaan.
Relatieve bevoegdheid
9.
Aangezien De Kreek woonachtig is in Amsterdam is uw Voorzieningenrechter
te nemen van de onderhavige vordering.
MITSDIEN eiseres u, Voorzieningenrechter,
de wet dit toelaat:
verzoekt bij vonnis, uitvoerbaar
bevoegd kennis
bij voorraad, voor zover
Primair
Gedaagde te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis ervoor te
zorgen dat alle content achter de domeinnamen
http://Jeugdzorgmaffia.wordpress.com
http://xead.nl
http://loketbjz.nl
http://dekreek.lawyers.nl
en de twitteraccount
https://twitter.com/JeugdzorgMaffia
zal zijn verwijderd van internet, en deze
content verwijderd te houden, behoudens de hierna te noemen rectificatie;
Subsidiair
4..
Gedaagde te veroordelen
om binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis het ertoe
te leiden dat elke verwijzing naar of vermelding van Stichting Bureau Jeugdzorg Stadsregio
Rotterdam en haar bestuurders, werknemers en advocaat, daaronder mede begrepen beeld- en
filmmateriaalmateriaal,
op de sites:
http://Jeugdzorgmaffia.wordpress.com
http://xead.nl
http://loketbjz.nl
http://dekreek.lawyers.nl
en het twitteraccount
https://twitter.com/JeugdzorgMaffia
blijvend van internet zal zijn verwijderd,
behoudens de hierna te noemen rectificatie;
Primair en subsidiar
a) gedaagde te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis de
inhoud van http://www.youtube.com/watch?v=5dnzK5vdeQ van internet te verwijderen en
verwijderd te houden;
b) gedaagde te verbieden zich na betekening van dit vonnis, publiekelijk in welke vorm of
hoedanigheid dan ook, op beledigende of onnodig grievende zin uit te laten over Bureau
Jeugdzorg en haar werknemers;
c) gedaagde te veroordelen om op de eerste pagina van de websites:
http://Jeugdzorgmaffia.wordpress.com
http://xead.nl
http://loketbjz.nl
http://dekreek.lawyers.nl
met een verwijzing ernaar op de twitteraccount https:l/twitter.com/JeugdzorgMaffia
goed leesbare tekst te plaatsen en gedurende drie maanden geplaatst te houden:
“Bij vonnis van de voorzieningenrechter
van de rechtbank Amsterdam
de volgende,
is ondergetekende
veroordeeld tot het plaatsen van deze rectificatie. Ten onrechte heb ik de stichting Bureau
Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam, alsmede mevrouw Van Zon, de heer Stucky, mevrouw
Bottema, de heer Van Aerde, mevrouw Houtstra en mevrouw Van Seventer, in diskrediet
gebracht door onrechtmatige
d)
Gedaagde te veroordelen
uitlatingen mijnerzijds.”;
tot betaling van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag of
gedeelte daarvan dat gedaagde in gebreke blijft om te voldoen aan het in deze te wijzen vonnis;
e)
Gedaagde te veroordelen

Deze zaak wordt behandeld door mr. A.C. van Seventer,
Tel 010 – 44 03370 Fax 010 – 44 0 33 71

Advertenties

De rechter schakelt regelmatig de Raad in om middels onderzoek advies te verkrijgen rond omgangsfrustratiezaken (bij scheiding en omgang).

Regelmatig lijkt het belang van het kind in onderzoek tot beschermingsmaatregelen en indicatiebesluiten e.d. niet gedefinieerd te worden, [met leugens verduisterd en omzeild te worden naar de rechters], uit het oog te geraken, en verzandt het advies in partijtrekken voor één ouder [liefst met een OTS vanwege de bonus voor BJZ].
Uit o.m. de adoptiewetenschap wordt duidelijk dat het belang van een kind mede en vaak fundamenteel is àl zijn ouders te kennen. Bij gewone gezinnen zijn dat twee biologische ouders.
Het moge lijken –op korte termijn– dat de omgang met c.q. verzorging bij één ouder ‘rust’ geeft, maar dat blijke een tijdelijke schijnaanpassing. Op langere termijn blijke het niet meer kennen van de andere ouder tot psychische problemen te leiden.

Een ouder die de echtscheiding niet verwerken kan, mogelijk door een ervaring uit de eigen jeugd, wil wel eens de ex-partner beschuldigen van het één of ander. Deze ex-partner krijgt in het dossier een etiket, ook wanneer het tegendeel werd bewezen.Dit [regelmatig valse] etiket wordt in deze jeugdzorg wel eens gezien als een reden om mee te werken aan het uitstellen van de uitvoering van omgang met de andere ouder.

Wellicht is tijdens de onderzoeksfase een begeleide omgang tijdelijk noodzakelijk om problemen bij het kind te voorkomen. Wanneer de niet-verzorgende ouder blijkt niet-pedagogisch te zijn, geen cursus daarvoor te willen volgen, dan blijft begeleide omgang toch vaak belangrijk voor het kind.

Soms wordt voorgesteld om de kinderen te diagnosticeren, waar het meer voor de hand zou liggen om de omgangsfrustrerende ouder te helpen duidelijk te maken dat deze zich moet realiseren dat het psychisch niet-onderscheiden van diens ouderlijke taak tegenover de verwerking van de echtscheiding en de strijd tegen de ex-partner nogal wat schade kan toebrengen aan het loyaliteitsgevoel van het kind.
Zolang dit onbewust is, kan men niet spreken van opzettelijke kindermishandeling, doch waar de Raadsmedewerker dit onderscheidt en het belang voor het kind duidelijk heeft gemaakt, zouden rechters kunnen denken om het kind aan de andere ouder toe te wijzen qua verzorgingsplek, zeker wanneer deze wel wil instaan voor een directe en signaal-neutrale omgang met beide ouders en familie.

Het toewijzen aan een gezinsvoogd (OTS) is uitstel van een direct belang van het kind, en we zien dat Bureau jeugdzorg niet de meeste inzet vertoont in deskundige uitvoer van de hulp aan de ouder verlenen. Meestal blijft het bij hulpverlening aan het kind, alsof de kind-ouderband of –fundamenteler– hechting niet tot het belang van het kind behoort.

Ook is diagnostiek bij het kind door een specialist beter, dan dit via een Bureau jeugdzorg te laten verlopen. Het is voor een kind beter zo weinig mogelijk hulpverleningsschijven door te tobben.
Een specialist is toegesneden en kan het kind ontlasten.

De verzorgende ouder die omgang frustreert, dient dus duidelijk geholpen te worden te leren hoe het frustreren werkt op de psyche van het kind in negatieve zin, waarbij deze ouder aan de omgang, al dan niet begeleid, moet meewerken.

De schijn bestaat dat de Raadsonderzoeker niet werkt aan het optimaliseren van de signalen die leiden tot loyaliteit, doch schijnbare rust wil bewerkstelligen door een jaar OTS d.m.v. toewijzing aan één (de scheiding-onverwerkte) ouder te adviseren aan de rechter. Men mag vrezen voor oudervervreemding (LJN BA7155) en mogelijke onveilige gehechtheid.

Raad, wij willen u vragen of dit de intentie van uw beleid rond omgangsfrustratie is, of dat dit regelmatige vergissingen zouden kunnen zijn die met supervisie nader onderzocht behoren te worden?!!

Het is natuurlijk het samenspel van Raad en BJZ, die na het eerste Raadsonderzoek vaak (met OTS) verder de omgangsfrustratie in stand houdt vanwege werkgelegenheid, veelal met leugens, insinuaties, eigen gemaakte beschuldigingen, zonder degelijk onderzoek.

Bron: http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/2012/07/het-belang-van-het-kind.html

Prof mr.G.P. Hoefnagels

Ouderverstoting en oudervervreemding

Een vorm van psychische kindermishandeling

Kinderen scheiden mee. Maar hoe? Vanwege het gebrekkige scheidingsprocesrecht blijven er echtparen die hun kinderen mishandelen door met twee advocaten te gaan vechten over omgang en gezag. We wachten op een wet die scheidende ouders verplicht eerst tot overeenkomst  te komen, tenminste over hun zorg voor de kinderen. Het geneesmiddel ligt klaar: er zijn bemiddelaars. Wie samen naar bed konden om kinderen te veroorzaken, dienen  samen aan tafel de zorg voor hun kinderen te regelen. De kinderen wachten op vrede tussen hun ouders. Een paraplugesprek. Maar de vier-partijen-procedures jagen de agressie op, de hakken gaan steeds dieper in het zand. Waar hulp en oplossingen liggen te wachten in de mediation wordt overbodig gerapporteerd in tijdsduren die het kinderlijk tijdsbesef ver overschrijden. Gedurende die procedures krijgt de ouderverstoting alle kans.

De onlangs overleden Amerikaanse psychiater Richard Gardner, hoogleraar klinische kinderpsychiatrie aan de Columbia  University, heeft in praktijk, studie en onderzoek een levenswerk gemaakt van de ouderverstoting en oudervervreemding bij scheiding en schreef in 1985 een standaardwerk over ‘The Parental Alienation Syndrome’ (PAS),  een stoornis die ontstond bij kinderen die door scheiding van een van de ouders werden vervreemd. Zijn gesprekken met kinderen zijn boeiend en verhelderend. De tweede, meer uitgebreide druk verscheen in 1992.

Hieronder beschrijven we de elementen,  het ontstaan en de werking van PAS in een zaak die onlangs voor het  Gerechtshof speelde en waarvoor mij verzocht werd een expertise te schrijven, een taak die ik aanvaardde onder de voorwaarde dat ik uitsluitend in het belang van het kind en vanuit dat perspectief zou adviseren.

Het oudervervreemdingssyndroom of PAS

Het frustreren van contact met een ouder is het begin van ouderverstoting.

Ouderverstoting en oudervervreemding zijn vormen van psychische mishandeling van kinderen, een bedrieglijk systeem waarvan de gevolgen een leven lang kunnen duren. Kort samengevat bestaat het oudervervreemdingssyndroom uit de volgende elementen:

1.       PAS-kinderen vinden in hun ouders geen rol meer voor identificatie, noch bij de vader noch bij de moeder, noch voor hun relatie met jongens noch voor hun relatie met meisjes.

2.       Ze lijden aan valse inschattingen van de werkelijkheid, ook op latere leeftijd, ook in andere maatschappelijke situaties. Ze zijn geprogrammeerd dingen te geloven die niet kloppen met hun eigen observaties en ervaringen.

3.       Ze lijden aan verwarring en twijfel aan zichzelf en hebben een laag zelfrespect. Ze neigen niet zelden naar psychotische ontsnappingen aan de werkelijkheid –reality-testing-. (Afhankelijk van de persoon, noemt Gardner relaties van PAS met psychosen zoals paranoia, hysterie of psychopathie. In relatie tot psychopathie wijst Gardner op het gebrek aan schuldgevoelens voor de effecten van laster op de verstoten ouder.)

4.       Het geeft het (volwassen) kind een diep gevoel van verlies van een geliefde ouder.

De zaak Isabel

Man en vrouw waren niet gehuwd. De man heeft hun kind, Isabel, de namen zijn gefingeerd, bij de geboorte erkend, het kind kreeg zijn achternaam. Vanaf haar geboorte had de man drie jaar omgang met Isabel, van 1998 tot 2001, totdat moeder dit plotseling stopzette. Rechtens kon dat niet, want de ouders hadden een overeenkomst gesloten. Bovendien had de kinderrechter de omgangsregeling tussen vader en kind nog eens uitgesproken. In 2001 stelt de rechter wederom een omgangsregeling vast, maar moeder verleent vader en kind geen omgang. De raad voor de kinderbescherming rapporteert: “er zijn geen contra-indicaties voor omgang van vader met Isabel”, maar als moeder toch stopzet, laat de raad het maar zo. Moeders wil wordt wet.

Merkwaardigerwijze wordt aan moeder nooit gevraagd, niet door de raad en niet door de rechtbank: wat zegt moeder aan het kind? Hoe praat ze over vader?

In 2002 komt de zaak weer voor de rechtbank; de raad adviseert nu “herstelcontacten”, moeder weigert deze. Moeders wil blijft wet.

Pappen en nathouden

Advocaten hebben er in omgangszaken een strategie op gebouwd: “pappen-en-nathouden”. De raad voor de kinderbescherming doet er aan mee en zet in het rapport dat “moeder geholpen moet worden”. Waarmee? Dat zegt het rapport niet. De expertise geeft antwoord: Normen horen bij hulpverlening in justitiëel kader. Dus moeder confronteren met de wet,   terugbrengen naar haar verantwoordelijkheid volgens de wet en moeders antwoordmogelijkheden zoveel mogelijk versterken. Feitelijke rechtshandhaving. Het recht teneinde toe denken, ook in termen van sancties. Maar het ontbreekt de rechtspraktijk aan rechtshandhaving op dit terrein. Rechtshandhaving is voorwaarde voor hulpverlening.  Hoe precies? Ik kom daarop terug.

De tijd verstrijkt

De pogingen van vader om zijn kind te zien vloeien voort uit zijn verantwoordelijkheid als vader. Maar die pogingen lopen vast in een gebureaucratiseerd proces van dossiervorming. Vader is nu twee jaar aan het procederen. Onderzoeken en rapportages nemen steeds meer tijd in beslag en zijn onverenigbaar met het kinderlijk tijdbesef. Toen moeder de omgang “stopzette”, was het meisje drie jaar, nu vijf. De “Normen 2000” van het ministerie stellen dat het raadsonderzoek “dertien weken na het verzoek worden afgesloten.” Na het verzoek van het Hof werd het 12 maanden! Isabel wacht.

Isabels oudervervreemding gaat al twee jaar lang door. Wat heeft moeder sindsdien aan haar dochter gezegd? Het raadsrapport meldt er niets over. Ook de rechter vraagt moeder er niet naar.

Wat vertelt het kind?

Het kind vertelt er wel over, zo blijkt. Als ik het dossier doorspit, komen er stukken naar boven die niet in het rapport van de raad zijn genoemd. Isabel, vijf jaar, vertelt aan de gedragsdeskundige van de raad, dat papa Johan niet op haar verjaardag komt. “Papa Johan woont heel ver weg, helemaal in Amsterdam” zegt Isabel, die in Haarlem woont. Het kind geeft een uitweg: “Je kunt daar met de trein komen.” Dan zegt ze: “Ik moet van mama hier heel hard zeggen: ik wil papa niet zien. Als ik het een beetje zeg…zo..(ze schudt weifelend met haar hoofd en zegt zachtjes “nee”) dan weten ze het niet.” “Haar moeder”, vervolgt de gedragsdeskundige het verslag, “heeft haar dit geleerd. Isabel voegt eraan toe dat als ze met papa Johan meegaat, hij haar altijd weer terug moet brengen. Hij mag haar niet aanraken.”

Dit bijna zoekgeraakte verslag is onthullend. Moeder verstoot vader. De Parental Alienation is begonnen. “Moeder leert het kind” aldus Gardner, “iets anders zeggen dan het zelf vindt en ervaart, een indoctrinatie tot vijandschap vanuit moeders haat.’ Gardner spreekt van een bedrieglijk systeem dat niet op de werkelijkheid is gebaseerd (‘a delusion system which is not reality-based’)’. Vader wordt vernederd, gedenigreerd, geminacht, belasterd   en ontkend, aldus Gardner.

Ik spit door in de dossiers en vindt een verslag  van een orthopedagoge in gesprek met Isabel. Toen was ze bijna vier jaar. Ik geef u weer de letterlijke tekst:

“Ga je nog wel eens naar papa Johan?”

“Nee, omdat mama het niet wil. Ze wil dat niet, omdat hij niet lief is.”

“Wat doet hij dan?”

“Papa gaat met mij naar de speeltuin en de glijbaan. Dat vind ik wel leuk, maar mama niet”.

“Is papa Johan lief?”

“Hij is stout, zegt mama. Mama vindt hem niet lief, omdat hij Isabel niet lief vindt.” Dan: “Mama vindt papa Johan niet lief en hij vindt mama niet lief.”

De interventies van Isabel bij de gedragsdeskundigen zijn voor een drie- en vijfjarig kind intelligent en behoedzaam. Zij spaart daarin beide ouders, en geeft tegelijkertijd een krachtig signaal van ouderverstoting af. Het is verbazingwekkend dat de significante uitlatingen van Isabel in het raadsrapport niet voorkomen, ook niet bij conclusie en advies van de raad. Vreemd, want het Hof Amsterdam wilde blijkens haar beschikking meer van Isabel en het contact met haar vader weten. Deze beschikking past als een handschoen om de hand van de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, ook over de procedure betreffende omgang van een drie- tot vijfjarig kind, waarin het Hof verlangt: ’correct and complete information on the child’s relationship to the applicant as the parent seeking access to the child for establishing a child’s true wishes. (EHRM 11 oktober 2001, NJ 2002, 417)

Informatie van het kind

Het is inderdaad zo dat we verrassend veel informatie krijgen van kinderen. Veel meer dan van vechtende ouders en advocaten.

Het verslag vervolgt: Isabel zegt het leuk te vinden papa Johan weer te zien. “Ze bevestigt het leuk gevonden te hebben bij papa Johan.”

Nu pas realiseer ik me dat er een nieuwe vader in het spel is. “Papa Johan” wordt onderscheiden van papa! Moeder heeft een nieuwe vent! Natuurlijk! Maar niemand zag het of zei het, de rechter niet, de raad niet, niemand heeft het erover. Ook moeder wijselijk niet. Dat klopt ook met de datum: twee jaar geleden ging moeder omgang weigeren. De oude vader moest weg! Hij werd alsnog, om met Gardner te spreken, een sperma-donor. Niet voor het kind, die praat vrolijk door over papa Johan, maar voor moeder! Het gaat moeder niet om het kind, maar om haar nieuwe liefde! Richard Gardner observeerde het als een van de factoren die kan leiden tot PAS: ‘The desire to create a new family. This factor operates when the mother has a male replacement for the father.…she will exclude the father and encourage the children to view his replacement as the “real” daddy.’ Of zoals een moeder zei in een forensische bemiddeling: “Ik wil hem – ze wijst naar haar vroegere partner – het liefst wegpoetsen uit mijn leven.”

Oudervervreemdingssyndroom

Dat brengt me op vèrgaande gedachten: kinderen zijn trouwer aan hun ouders dan de ouders zelf. Dus niet alleen aan hun partner, nee, ouders zijn ook minder trouw aan hun kinderen dan kinderen aan hun ouders. Dat kan vèrstrekkende gevolgen hebben! Op welk graf zullen ze dansen? Met welke onvervulde verlangens?

Ik heb een reeds lang gepensioneerde advocaat gekend, oudste zoon van in zijn jeugd gescheiden ouders. Hijzelf deed nooit echtscheidingen. Tot aan zijn dood ging hij iedere veertien dagen met een schopje en een emmertje in de trein naar het graf van zijn moeder in Bilthoven en harkte haar graf aan. Daarna ging hij met schopje en emmertje door naar het graf van zijn vader in Soest en harkte het aan.

Ik heb het hem nooit durven vragen, maar ik vermoed dat deze man –oudste kinderen ervaren vaak bijzondere verantwoordelijkheden voor het gezin- elke veertien dagen wat aarde van zijn moeders graf naar het graf van zijn vader bracht en omgekeerd. Het was zijn pelgrimstocht naar de oer-relatie tussen kind en ouders.

Als “de campagne van denigreren en smaad” lang genoeg duurt zien we een groot aantal kinderen de vocabulaire van de verzorgende moeder overnemen. Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt. Het kind wil het risico niet lopen om door moeder net zo behandeld te worden als zij vader behandelt. Het gaat met moeder meedoen. Gardner: One child told me: when he has to write the word dad in school, he writes DOG. Het ouder-vervreemdingssyndroom nadert zijn voltooiing. Allerlei leuke dingen die zij vóór de scheiding met vader deden kunnen zij zich niet meer herinneren. The child will often say for all pleasurable events before separation : ‘I don’t remember’. En na het bezoek aan vader ‘a girl said: He doesn’t give me enough food when I‘m there’. Een jongen over zijn vader die chirurg is: He is only a plastic surgeon. Gardner noemt dit “a borrowed scenario” in de minachtingscampagne en het kind als de zogenaamde “onafhankelijke denker”.

Je kunt hier naar mijn inzicht niet de tweedeling  “bewust” of “onbewust” jokken op loslaten. Het kind is in een onzekere toestand geraakt, waarin het de werkelijkheid niet meer kan beoordelen, omdat het in twee werkelijkheden leeft. Dit element van het syndroom zie ik in mijn praktijk ook terug bij veertigjarige PAS-kinderen. Een vrouw van in de veertig die haar vader na dertig jaar terugzag, zei: “Ik heb links in mijn hoofd mijn moeder en rechts mijn vader.”

(Op pagina 98 van zijn boek geeft Gardner een dialoog tussen moeder en kind weer die laat zien hoe “het geleende scenario” overgaat in zg. onafhankelijk denken van het kind.)

Psychological bonds with both parents

Ondanks de oudervervreemding die Gardner in zijn klinische praktijk waarneemt, stelt hij dat het kind psychological bonds with both parents behoudt. Een band die pas sterft als het kind zelf doodgaat. Een belangrijke observatie. Het kan betekenen dat kind en ouder de relatie herstellen. Er zijn kinderen die op oudere leeftijd, soms op advies van hun therapeut, naar het graf van een ouder gaan en hem of haar dan “de” waarheid zeggen. Het betekent in ieder geval dat moeder er belang bij heeft tot de werkelijkheid terug te keren. En dat justitie haar verplicht volgens wet en mensenrecht te handelen. Hoe dat in zijn werk kan gaan,  daarmee eindig ik mijn advies inzake Isabel.

Het nogal partijdige rapport van de raad voor de kinderbescherming kon niet anders dan concluderen: ‘Er bestaan geen contra-indicaties voor omgang met vader.’ Niettemin wees de raad omgang af! De ouders, vond de raad, moeten  maar eens terugkomen als ze een betere communicatie hebben. Het betekent dat de onwillige ouder   slechts hoeft te zorgen voor een slechte communicatie en dan het recht aan haar zijde vindt! De voormalig advocaat-generaal bij de Hoge Raad Leyten bracht  in zulke gevallen het volgende rechtsadagium in herinnering: Men kan geen recht ontlenen aan eigen slechtheid.

De ondeskundigheid van het raadsrapport betrof: onbekendheid met de rapportage-methode, met de psychologie van het scheidingsproces, met  PAS, het niet toepassen noch handhaven van de wet en het niet gebruik maken van bestaande forensische bemiddelaars.

Mijn advies inzake Isabel

De oorzaak van het ontstaan van PAS bij Isabel is het déloyaliteitsconflict tussen beide ouders dat reeds in het stadium van ouderverstoting is. Met de kennis die we sinds 1985 hebben van de psychologie van het scheidingsproces weten we dat de voornaamste oorzaak van déloyaliteit is: de afwezigheid van het noodzakelijk adieugesprek (de zg. scheidingsmeldingsinteractie) tussen de partners. Als het adieugesprek niet of gebrekkig plaatsvond, blijven de ex-partner-emoties de noodzakelijke ouderrollen frustreren en ontstaat er verminderde oudercapaciteit. De enige thans beproefde methode om uit dit déloyaliteitsconflict te geraken bij ouders van wie er één niet aan de bemiddelingstafel wil komen is een door de rechter op te leggen verplichte bemiddeling met benoeming van een gecertificeerde forensisch bemiddelaar, tevens als deskundige. De doelstelling van de bemiddeling is dat ouders hun ouderrol in gezamenlijke zorg voor Isabel weer oppakken.

Uiteraard legt de rechter onmiddellijke omgang tussen vader en kind op.

Bij gebrek aan loyale medewerking aan omgang en bemiddeling zal de forensisch mediator zulks onmiddellijk aan het Hof melden. Mocht moeder niet meewerken, zoals de laatste twee jaren gebeurde, dan zal het Hof meewerken aan een wijziging van verblijfplaats van Isabel naar vader, cq. een wijziging van het gezag aan vader, uiteraard met een goede omgangsregeling voor moeder en Isabel. In mijn Handboek Scheidingsbemiddeling, tweede druk 2001, wordt een verplichte bemiddeling beschreven die, na een vechtprocedure van drie jaar, in drie uur tijd tot een inhoudelijke overeenstemming kwamen, die leidde tot loyale omgang, het paraplugesprek met de kinderen en gezamenlijke zorg (zie p.156-160)

Aldus doende, kan niet alleen het syndroom van PAS bij Isabel voorkomen worden, maar zullen ook Isabel en haar vader elkaar weer zien, zoals de wet vereist en zal moeders negatieve energie worden omgezet in een herstel van een normale relatie met haar kind.

Bron: http://www.ouderverstoting.nl/artikelen/PHoefnagels_maart2004-ouderverstoting-en-oudervervreemding.htm

Een Raadsrapport

Hoe schrijft een medewerker van de Raad zijn Raadsrapport
De conclusies zijn leidraad bij het schrijven van het rapport. De conclusie (ook wel: raadsvisie) wordt aan het eind van het rapport vermeld. Voordat de raadsonderzoeker echter begint met schrijven, weet hij al wat zijn conclusies zullen zijn. Dat is ook het belangrijkste gedeelte: hoe nu verder? De raadsonderzoeker moet het rapport TOESCHRIJVEN naar deze raadsvisie.

Alle zijpaden, andere overwegingen, losse einden, en mogelijke alternatieve verklaringen worden in het rapport vermeden. Met dit rapport neemt de Raad voor de Kinderbescherming stelling. Het moet in een rit – zonder zijsporen en wissels – duidelijk zijn waarom die stelling stellingname wordt ingenomen. Hoe meer zijsporen, hoe vager en onduidelijker het rapport, en des te meer afbreuk er aan de stellingname, de visie van de Raad wordt gedaan.

1. Vaders procedureel worden achtergesteld door de Raad voor de Kinderbescherming en kinderrechter bij onderzoek naar gezag en omgang na echtscheiding.
(Om dit te verhullen worden in sommige gevallen moeders ten onrechte keihard door de Raad aangepakt met veel machtsvertoon.) moeders procedureel worden achtergesteld door de Raad voor de Kinderbescherming bij kinderbeschermingsmaatregelen en moeders bij deze zaken schandalig door de kinderbescherming worden behandeld met name waar het gaat om omgang tussen moeder en een kind dat uithuis is geplaatst.

2. Kinderen bij kinderbeschermingsmaatregelen procedureel worden achtergesteld.
Dit omdat kinderen een procureur nodig hebben om omgaan te vragen met vader, moeder, broer of zus, oma of opa en de GVI weigert kinderen een procureur ter beschikking te stellen. (Uitzondering geen procureur nodig als er al een beschikking omgangsregeling is tussen kind en omgangsgerechtigde.) Als een rode draad bij omgangsonrecht zie je in de meeste zaken dat de kinderrechter en de Raad voor de Kinderbescherming hun verantwoordelijkheid ontlopen en het probleem omgang tussen het kind en de ouder niet belast met het gezag door proberen te schuiven.

3. Het haalbaarheidsbeginsel als verkapte ontzeggingsgrond.

4. De Raad voor de Kinderbescherming als oplichter en geldwolf.
De Raad adviseert vader voor omgang naar de rechtbank te gaan. Vader vraagt om omgang bij de rechtbank. De rechtbank verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming om onderzoek of vader wel met zijn kinderen kan omgaan. De Raad doet onderzoek en adviseert de rechter geen probleem omgang moet. De Raad heeft dan al aan een onderzoek verdient en wil nog meer verdienen en adviseert de kinderrechter nog een onderzoek maar dan met proefcontacten tussen kinderen en vader. De Raad weigert vervolgens de proefcontacten uit te voeren onder het mom de kinderen willen niet en omdat het niet in het belang is van kinderen om omgang af te dwingen en vader niet in staat is zonder beschikking tot omgang te komen moet omgang worden afgewezen omdat vader ongeschikt is voor omgang.

5. De Raad voor de Kinderbescherming schrijft selectief naar conclusie door informatie wat die past in het toeschrijven weg te laten.
In veel zaken zie je dat er prima omgang is tussen vader en kinderen voor de scheiding wat de vader met bewijsstukken kan onderbouwen. Na de scheiding is er plotseling van alles mis met vader. De kinderrechter en Raad voor de Kinderbescherming weigeren op de hoorzitting te controleren hoe het nu mogelijk is dat voor de scheiding prima contact was tussen vader en kinderen en na de scheiding niet meer en daar dieper op in te gaan. De Raad weigert in het raadsonderzoek en rapport de bewijsstukken van prima omgang in die periode op te nemen en te vermelden om vervolgens na te gaan hoe het komt dat daarna geen prima omgang meer mogelijk is tussen vader en kinderen.

6. De Raad voor de Kinderbescherming pleegt valsheid in geschrifte.
Door de kinderrechter en Raad voor de Kinderbescherming wordt beweert dat er geen omgang en prima contact tussen vader en kinderen is geweest tijdens een bepaalde periode hoewel vader bewijsstukken kan overleggen van prima contact tussen vader en kinderen. De Raad beweert dat er geen omgang is geweest in een bepaalde periode terwijl die omgang is bewijsbaar wel is geweest.

7. Het haalbaarheidsbeginsel als verkapte ontzeggingsgrond.
Tijdens proefcontacten blijkt dat er een prima omgang contact is tussen vader en kinderen. De moeder wil hierna echter niet meer meewerken onder het mom de kinderen willen niet. De Raad laat het er dan bij zitten en probeert de vader te dwingen mee te werken aan een zogenaamd deskundigenonderzoek in het kader van raadsonderzoek. De Raad heeft echter de opdracht van de kinderrechter het onderzoek uit te voeren en probeert het probleem door te schuiven naar een derde onderzoeker om zich vervolgens daarachter te verschuilen. Ook hier werkt de Raad voor de Kinderbescherming heel geraffineerd door te stellen MOEDER WERKT MEE IN HET RAADSONDERZOEK ZOALS DE RAAD DAT OPZET!

8. De zogenaamde derde deskundigen onderzoeken bij omgang.
Aan vaders en moeders wordt aangeraden hier niet aan mee te werken en van de Raad voor de Kinderbescherming te eisen dat de Raad eerst zelf het onderzoek doet en afrond met een eigen raadsrapport. De Raad voor de Kinderbescherming probeert met de inschakeling van een derde haar verantwoordelijkheid te ontlopen en verschuilt zich systematisch achter deze derde deskundige. Het is beter dat de Raad onmiddellijk zegt bij de Kinderrechter: Kinderrechter wij zijn wel de Raad voor de Kinderbescherming maar onze medewerkers zijn te stom om zelf onderzoek te doen m.b.t. omgang tussen vader en kind en daarom weigeren wij onmiddellijk dit onderzoek te doen. Wij willen dan ook niet aan dit onderzoek verdienen of valse hoop wekken. De Raad is dan eerlijk, verdient niet aan onnodig onderzoek en zegt gelijk dat hun medewerkers daar te stom voor zijn.

9. Geldklopperij veroorzaakt door de kinderrechter.
De kinderrechter zet met een beschikking een bestaande omgangsregeling geregeld met een rechterlijke beschikking stop. Er komt een zogenaamde omgangs-OTS. Dit is geldklopperij, want u als ouder niet belast met het gezag wordt overgeleverd aan een gezinsvoogdij-instelling die de ouder belast met het gezag moet steunen. Omgangsregelingen op deze manier zijn een farce en wel omdat de kinderrechter vanaf het begin geen beschikking omgangsregeling heeft bepaald die de gezinsvoogdij-instelling moet gaan uitvoeren. De vader niet belast met het gezag wordt op kosten gejaagd omdat hij een dure advocaat en procureur moet nemen om zich te verweren tegen het beleid van de GVI m.b.t. omgang. Wat je vervolgens ziet is dat de GVI geraffineerd andere gronden voor OTS gaat zoeken om te blijven verdienen aan deze OTS en verderop in de procedure gaat vaststellen dat geen omgang tussen vader en kind geen reden is voor deze OTS en als dat de enige reden zou zijn dan zou de OTS gelijk opgeheven kunnen worden.

10. Onderzoek naar omgang tussen baby en vader.
De belachelijkste onderzoeken van de Raad voor de Kinderbescherming en kinderrechter zijn de zogenaamde onderzoeken of vader na echtscheiding wel met een kind van een of twee jaar oud kan omgaan. Ook hier is er weer sprake van geldklopperij en tijd rekken.

Bron: http://kinderontvoering.info/raadsrapporten/

Wetenschappelijk onderzoek naar het falen van en corruptie door de Raad voor de Kinderbescherming

Door prof. Peter Hoefnagels

De rapporten die rechters bij een echtscheidingsprocedure onder ogen krijgen, vertonen ernstige gebreken. Daarom bepleit Peter Hoefnagels dat ex-echtgenoten om de tafel gaan zitten en barrières worden opgeworpen tegen zinloze, geld, tijd en kinderen verslindende procedures. ‘De meest onzinnige en contraproductieve procedure bij echtscheiding is de gerechtelijke strijd tussen ouders om de kinderen. De familierechtadvocaat Zonnenberg spreekt van langdurige, respectvernietigende en geldverslindende procedures’.

Als de ouders niet tot een overeenkomst komen en een advocaat bereid vinden te procederen, vraagt de rechter rapport en advies van de Raad voor de kinderbescherming, die ook weer een rapport vraagt van een psychologisch bureau.

Van tijd tot tijd vragen advocaten mij een beoordeling van deze rapporten. (G.P. Hoefnagels: Opstellen over rapportage, Assen 1996). Ik aanvaard deze opdrachten onder het voorbehoud dat ik een onpartijdige expertise uit- breng. Alle rapporten van de raad die ik onder ogen kreeg – dat zijn er inmiddels tientallen uit bijna alle arrondissementen – zondigden op een reeks punten tegen het gezonde verstand. Ik noem ze:

  • Feiten en conclusies waren niet gescheiden, zelfs niet onderscheiden.
  • De conclusies gingen vooraf aan de feiten en functioneerden als vooroordelen.
  • Conclusie en advies berustten niet op feiten.

De beweringen en verwijten uit de scheidingsverhalen van de man en de vrouw werden als feiten behandeld.

In de vraagstelling en de rapporten ontbrak stelselmatig aandacht voor het meest relevante aspect: de psychologie van het scheidingsproces. De aard van het onderliggend conflict, de oorzaak van de oorlogvoering, is te herleiden tot een onvermogen van beide partijen op een normale manier afscheid van elkaar te nemen, welk gebrek goed repareerbaar is. Zonder deze reparatie worden de emoties steeds weer aangezwengeld. Ofschoon het kernprobleem in zulke gevallen dus bij de ouders ligt, werden de kinderen psychologisch onderzocht. Noch de raad noch de psychologische rapporteurs gaven er blijk van iets te weten van de psychologie van het scheidingsproces.

In geen van de rapporten werd met beide ouders aan één tafel gesproken, ook niet na 1997 toen de staatssecretaris van justitie, de politieke chef van de raden, op grond van de vakliteratuur bekend had gemaakt, ‘dat de conflicten te herleiden zijn tot een onopgelost conflict tussen beide ex- echtelieden’ en het ‘experiment scheidingsbemiddeling’ had opgezet.

Er werden te hooi en te gras zogenaamde ‘indrukken’ vermeld die op niets waren gebaseerd. Het rapport was een ‘feitenpakhuis’. Feiten, beweringen en waardeoordelen werden opgestapeld zonder dat duidelijk was welke relevantie deze hadden voor de vraagstelling. Beweringen werden zo vaak herhaald dat ze voor de lezer die beslissen moet, als feiten gingen functioneren.

De rechter kon niet anders dan misleid worden door een onjuiste beeldvorming.

Het rapport was verhuld of onverhuld partijdig:

de beweringen van de ene partij werden positief, van de andere partij negatief gekleurd door waardeoordelen, commentaar en rangschikking.

Onderzoeker en werkleider van de raad hadden, voordat de rapportage begon, ettelijke malen met één partij contact opgenomen en het advies was navenant. Over de aard en inhoud van deze contacten werd niets vermeld.

Op de zitting vroeg de rechter aan de raadsmedewerker wat de raad vond van de kritiek op de partijdigheid, waarop geantwoord werd dat ‘de raad in zulke zaken wel partijdig moest zijn’.

De macht van de onderzoeker van de raad werd door één partij aan de orde gesteld, maar de onderzoeker gaf er geen blijk van te begrijpen dat hij macht had. Door de partijdige rol van de onderzoeker werd de rol van de andere partij ‘defensief, hetgeen in het rapport dan weer verweten werd.

Als één ouder het omgangsrecht van de andere ouder eenvoudig weigerde, ook tegenover de raad, informeerde de raad de ouder niet dat (sinds 1990) omgang van rechtswege moet plaatsvinden.

Toen één van partijen, na vermindering van zijn omgangsrecht tot een minimum, aan de raad zei, recht tot in hoogste instantie’ te zoeken, stelde de raad dat deze partij ‘niet wil meewerken’ en wijzigde alsnog het advies door deze partij het gezag over een ander kind te ontnemen. Dit misbruik van macht werd in het rapport beschreven alsof het normaal was.

De partijdigheid van het psychologisch rapport werd ondersteund door de partijdigheid van het raadsrapport. Het vermoeden rees dat deze rapporten in nauw overleg tussen beide instellingen tot stand waren gekomen. Dit was echter niet in de rapporten gemeld, zodat het kon lijken alsof twee onafhankelijke deskundigen tot dezelfde conclusie waren gekomen

In alle gevallen waarin expertise over de rapporten werd uitgebracht, oordeelde de rechter contrair aan het advies van de raad en de psychologische instelling. Ook als de rapporten door de attentie en goede neus van de advocaten een negatieve selectie waren (wat ik zou willen geloven, want er zijn ook bekwame raadsmedewerkers), dan nog gaat het hier om elementaire fouten die niet gemaakt mogen worden, waardoor de rechter misleid wordt en waarvan tientallen ouders en honderden kinderen het slachtoffer zijn.

Het is natuurlijk ook mogelijk dat zulke rapporten wel representatief zijn, want ze zijn goedgekeurd door verantwoordelijke chefs, werkleiders en unithoofden van de raden, en de adviezen zijn erop gebaseerd. Hetzelfde geldt voor de rapporten van psychologische instellingen, voor de indiening waarvan de raad verantwoordelijk is. Dezelfde aanwijsbaar ondeskundige rapporteurs schrijven meer rapporten.

Psychologische rapporten over de kinderen slaan trouwens nergens op; de ouders zijn verkeerd aan het scheiden, aan de kinderen ligt het niet. De fouten tegen de rapportage en tegen de psychologie van het scheidingsproces zijn bovendien in strijd met de beleidsdoelen van het ministerie van justitie: bij echtscheiding geldt het primaat van de overeenkomst en de bemiddeling.

Zelfs als er ook goede rapporten gemaakt worden, dan nog zijn ze onnuttig, vragen ze meer tijd dan een kinderleeftijd verdraagt en aggraveren ze de strijd tussen de ouders. De rechter kan sneller, met minder risico’s en minder nadeel voor de kinderen zelf meteen beslissen, als ouders het niet eens zijn.

Ouders zijn, ook na echtscheiding, verantwoordelijk voor elkaars relatie met de kinderen. Overeenkomsten zijn in het familierecht normaal en dienen dat ook te zijn. De wetgever, de rechter en de Nederlandse Orde van Advocaten dienen dan ook barrières op te werpen tegen dit soort zinloze, geld, tijd en kinderen verslindende procedures.

Peter Hoefnagels is emeritus hoogleraar familierecht en scheidingsbemiddelaar. Dit is een bewerking van een lezing die hij op 2 december hield voor de Vereniging van Personen- en Familierechtadvocaten.

Bron: http://kinderontvoering.info/raadsfalen-en-corruptie/

Het betreft hier geschreven en ongeschreven regels binnen jeugdzorg en de sector kind- en familierecht.

Het afgelopen jaar hebben er drastische wijzigingen plaatsgevonden onder het bewind van minister Rouvoet. Er is bij de kabinetsformatie speciaal een ministerpost vrijgemaakt voor Jeugd en Gezin. Je zou denken dat het nu beter zal gaan… Het ligt er echter maar net aan welke insteek je maakt. Een ding is zeker: zit je eenmaal in de molen, dan kom je er niet (gemakkelijk) meer uit. (klik op de foto)

Hieronder enige van de minder goede resultaten die ik uit eigen ervaring heb ondervonden:

  • Naast de miljoenen subsidies (paar miljard) nog meer miljoenen subsidies extra bedoeld om onder andere de “wachtlijsten” binnen de jeugdzorg weg te werken.
  • Peperdure reclame’s op TV en op o.a. station om de burger ervan bewust te maken om bij vermoedens van kindermishandeling de telefoon ter hand te nemen.
  • Groeiende wachtlijsten door de nieuwe wachtlijsten die ontstaan zijn vanwege deze (aan)meldingen.
  • O.a. scholen en (huis)artsen worden onder druk gezet elk “apart” gedrag van een kind te melden, ongeacht waar dit door veroorzaakt wordt. Het kind wordt dan aangemeld bij BJZ (Bureau Jeugdzorg).
  • Centra voor Jeugd en Gezin schieten als paddenstoelen uit de lucht om de jongste generatie te monitoren, consultatiebureaus krijgen een lijst van mogelijke probleemgevallen.
  • Het nieuwe Burgerservicenummer zal eraan bijdragen om de nieuwe generatie aan te melden bij jeugdzorg, nog voordat deze geboren is(!) worden de nummers van beide ouders hieraan gekoppeld. Ontvangen bijvoorbeeld beide ouders een uitkering, dan krijgt het kind de stempel “probleemgeval”; hetzelfde geldt als (een van) de ouders in hun eigen jeugd met jeugdzorg te maken hebben gehad.
  • Ouders die een uitkering ontvangen en die “weigeren mee te werken aan de hulpverlening” verliezen (een gedeelte van) hun uitkering.
  • Jongeren die vroegtijdig (voor hun 18e) school verlaten komen in de toekomst in een soort “leerwerkkampen” terecht, waar ze tot model burger worden opgevoed.
  • De uitkering voor jongeren tot 27 jaar staat ter discussie; om toch geld te ontvangen dienen ze aan bovenstaande projecten mee te werken.
  • Krijg je de stempel “slechte ouder” dan kan je bij de geboorte al je kind kwijtraken”. De gegevens hiervoor zijn te vinden door simpelweg het Burgerservicenummer in te tikken
  • Enkele criteria voor “slechte ouder” zijn: niet een doorsnee ouder (= model burger) zijn (in de breedste zin van het woord), “problemen” ontkennen en “hulpverlening weigeren”.
  • “Hulpverlening weigeren” kan voldoende zijn om je kind kwijt te raken, uit de ouderlijke macht ontzet te worden, en je andere (toekomstige) kinderen kwijt te raken.
  • Een kind kwijtraken kan dus betekenen dat je ook je andere kinderen kwijtraakt.
  • “Hulpverlening weigeren” begint al bij “hulp” van Bureau Jeugdzorg weigeren (tegen een ondertoezichtstelling en een uithuisplaatsing zijn), maar ook op “vakantie” zijn ten tijde van deze “hulp”, of zelf al andere passende hulp gevonden te hebben waar Bureau Jeugdzorg niet mee instemt en het niet kunnen aanzien hoe er met je kind “gesold” wordt.
  • Het niet eens zijn met de beslissing van Bureau Jeugdzorg of de rechter kan betekenen dat je je kind kwijtraakt, je bezoekrecht vermindert of dit kwijtraakt, of dat je uit de ouderlijke macht ontzet kan worden (het gezag verliezen)
  • Is het kind te “loyaal” naar de ouders toe (in andere woorden: wil het kind graag naar de ouders toe, bij de ouders blijven, vraagt het naar de ouders, vertoont het verdriet of onhandelbaar gedrag als het terug keert van de ouders, mist het de ouders of loopt het weg en terug naar de ouders) dan kan het variëren tot vermindering van contact of bezoekrecht tot het verliezen hiervan en sancties voor zowel ouder, kind als eventuele broers en zussen.
  • Deze sancties kunnen eruit bestaan dat het kind de ouder in het geheel niet meer mag zien, bellen of schrijven, dat het kind verder weg geplaatst wordt bij een onbekend gezin op een geheim adres, of dat een ouder kind in een gesloten jeugdinrichting beland tot het de 21 jaar bereikt heeft.
  • Een ouder kind maakt kans op een langer verblijf in een inrichting of gevangenis of “behandelplaats” als dit tegen alle regels in toch “ontoelaatbaar gedrag” laat zien. Dit kan bestaan uit: weigeren “goedemorgen” tegen de bewaarders te zeggen of weigeren over zichzelf en zijn/haar familie te praten of de (geheime) verblijfplaats van broers/zussen te geven.
  • Ten alle tijden staat “het belang van het kind voorop/centraal”. Deze term kan te pas en te onpas gebruikt worden door welke hulpverlener/ pleegouder dan ook.
  • Als kinderen door eindeloos rekken van instanties, onderzoeken en rechtszaken langer dan 1 jaar in een pleeggezin of elders verblijven, worden de betrokken personen ook als belanghebbend naast de ouders benaderd. Wat zij te zeggen hebben weegt echter minstens twee keer zo zwaar mee. De omgeving (getuigen), overige behandelaars, familie (bijvoorbeeld grootouders, broers/zussen) daarentegen hebben niets in te brengen en worden dan ook niet ter zitting toegelaten.
  • Alle zittingen vinden achter gesloten deuren plaats en zijn niet toegankelijk voor derden. Opnameapparatuur is niet toegestaan. Bij het tonen van emoties (zoals huilen) word je verzocht de rechtszaal te verlaten, of word je verwijderd
  • De proces-verbalen, verslagen van hoorzittingen, beschikkingen worden veelal in het voordeel van andere personen dan de biologische ouders/opvoeders geschreven.
  • Zelfs ongeschoren en onverzorgd overkomend bij een rechtszaak, wordt aan de interpretatie van de medewerkers van de kinderbeschermingsorganisaties meer waarde gehecht dan aan die van overige deskundigen. Zelfs als het slecht gaat met het kind.
  • Als het zo uitkomt, wordt de ene ouder tegen de andere opgezet.
  • Onderzoeken vinden in de regel alleen bij grote overheidsinstanties plaats die betaald worden door justitie of hun geld ontlenen aan de cliënten van jeugdzorg. De uitkomst van deze onderzoeken zal dan ook in de regel in het voordeel van de opdrachtgever uitvallen. Wordt er toch door een particulier een contra-expertise gedaan, dan wordt deze eenvoudig ter zijde geschoven.
  • De klachtencommissie van Bureau Jeugdzorg bestaat uit mensen die zelf bij jeugdzorg werkzaam zijn. Eerdaags worden de verslagen van de hoorzittingen niet meer uitgereikt en wordt de reactie van de cliënt hierop ook niet meer meegestuurd. Niemand zal dus meer weten wat er gezegd is om tot een bepaalde beslissing te komen (als deze procedure al eerlijk verliep…). De reden hiervoor is dat deze werkwijze teveel tijd in beslag neemt. Hierbij moet opgemerkt worden dat er soms wel een jaar overheen gaat voordat er een zittingsdatum bepaald wordt. Van veel klachten wordt de (on)gegrond verklaring teruggekoppeld naar de kinderrechter. Deze gaat er ter zitting niet op in, omdat deze besteed wordt aan de tenuitvoerlegging van de OTS/UHP.
  • Klachten die gegrond verklaard zijn of “aanbevelingen” of “adviezen” van andere instanties kunnen door Bureau Jeugdzorg volledig genegeerd worden. Het is aan hun te bepalen welke informatie zij wel en niet gebruiken. Omgekeerd worden de teksten uit rapporten waarvan gegrond verklaard is dat deze niet deugen integraal overgenomen of “marginaal” getoetst.
  • “Klagen” wordt tevens als indicatie voor “lastige ouder” tot “niet begeleidbaar” tot “probleemontkennend”, “wantrouwend” of “weigering hulp” gezien of vertaald.
  • Als de “samenwerking” met jeugdzorg en andere instanties vermindert, of je als ouder medewerkers tegenspreekt of weerspreekt word je bezoekrecht uitgesteld of ingehouden. Omgekeerd kan je als ouder zeer naar bejegend worden, evenals de vertrouwenspersoon die je meeneemt.
  • In de praktijk kunnen instanties kinderen weghalen zonder machtiging van de kinderrechter. Ze hoeven alleen het woord “crisis” te laten vallen, zonder verdere uitleg te geven of verzinnen een uitleg als de standaard regel uit het wetboek die voldoet, nl.: “het kind werd in de thuissituatie in zijn ontwikkeling/ opvoeding bedreigd”. Voorbeelden zijn niet nodig of informatie/feiten worden verdraaid. Informanten worden niet bij naam genoemd, melders zijn “anoniem”.
  • Weigert de ouder een handtekening te zetten, dan kan de rechter altijd een plaatsvervangende handtekening zetten, daarvoor is de OTS in het leven geroepen.
  • Zelfs bij hulp aan huis of terugplaatsing kan de OTS (ondertoezichtstelling) nog jaren duren, dit levert immers veel geld op. Ook de UHP (uithuisplaatsing) kan jaren verlengd worden, m.a.w.: een terugplaatsing kan jaren uitgesteld worden.
  • Als een kind langer dan 2 jaar (door eindeloze “vertraging” en rekken vanuit instanties) in een pleeggezin of elders verblijft, gaat het als stelregel niet meer terug naar de ouders. Grootouders hebben in de praktijk niets in te brengen omdat deze geen gezag hebben. Deze regel is onder het nieuwe bewind verscherpt.
  • Indicatiebesluiten kunnen worden niet getoetst door de kinderrechter en de bestuursrechter verwerpt ze om dat er geen beroep tegen open staat (monopolypositie van Bureau Jeugdzorg). Dit betekent het tegenovergestelde van onschuldig tot je schuld bewezen is. Je krijgt ook niet de kans om te bewijzen een goede ouder te zijn, deze kan je zelfs ontnomen worden nog voordat je het ziekenhuis verlaat (zonder baby).
  • Samengevat kan een kind zonder interactie met hulpverlening vooraf en zonder rechtszaak uithuis geplaatst worden. Daartoe wordt als het nodig is de deur ingeramd en de ruiten gebroken, de kinderen midden in de nacht van hun bed gelicht, anderen betrokkenen onder druk gezet of meegenomen naar het politiebureau bij verzet. De kosten van de schade komen voor rekening van de ouders/bewoners.

Deze opsomming is alles behalve compleet…en er wordt door instanties vooral NIET gedaan aan WAARHEIDSVINDING. Het ontbreken daarvan is zelfs géén reden tot klagen en volgens onderzoeksinstituten mogen zij dat zelfs niet: men schrijft ‘indrukken’ op waar men naar believen feiten verdraait, weglaat of anders uitlegt…

En de definitie van ‘het belang van het kind’? Ontbreekt ook al van officiële zijde… Hier is er een: Een kind in het onvoorwaardelijke genot stellen van de LIEFDE, AANDACHT en (ver)ZORG(ing) van en door beide ouders en hun familie! En nu nog de mensen wakker maken….en vooral Justitie, de ‘Kinderbescherming’ en ‘Jeugdzorg’…

Deze lijst is niet compleet; o.a. het wegnemen van een baby bij de geboorte wegens onbekwaamheid om op te voeden volgens jeugdzorg.

Bron: http://www.sdnl.nl/arlette-heskes-4.htm

Tekst voor gewone ouders, om hun omgeving te laten zien wat voor bizarre dingen je mee kunt maken als je als ouders uit elkaar gaat of te maken krijgt met kinderbeschermingsmaatregelen.

“Heel je sociale omgeving verandert in een ijswoestijn: familie, vrienden, kennissen, je eigen advocaat: niemand die zich met de ‘loser’ wil inlaten.”

Een vader die van de instanties zijn kinderen niet meer mocht zien na een beschuldiging die niet behoorlijk onderzocht was, schreef dit. Is het overdreven? Het is nog zacht uitgedrukt!

Naast een boeiende baan hebben de meeste mensen als ideaal om samen met een partner een prettig leven op te bouwen en na verloop van tijd kinderen te krijgen. Reclames en film creëren een beeld van mooie, jonge, sportieve gezinnetjes die samen lachend een ontbijtje eten en stralend gelukkig een balletje slaan. In werkelijkheid is het leven niet een en al gezondheid en geluk. Elk gezin kent zijn ups en downs.

Scheiding

Als ouders met kinderen uit elkaar gaan geeft dit meestal veel verdriet, strijd en onduidelijkheid. De emoties spelen bij alle partijen hoog op. Vaak moet een van de ouders vrezen dat zijn of haar relatie met de kinderen in gevaar komt. Deze ouders praten over wat er gebeurt, en als ze hun kinderen werkelijk dreigen kwijt te raken blijven ze daarover praten en praten. Ze willen met papieren te zwaaien en willen dat hun kennissen die lezen.

Een poosje kunnen ze op sympathie rekenen, dan begint bijna iedereen het gespreksonderwerp wel erg eentonig te vinden. En de twijfel slaat toe: zou er dan toch niet iets aan de hand (geweest) zijn?

Zoiets moet je ook wel denken, want ANDERS ZOU JET JOU DUS OOK KUNNEN OVERKOMEN! Dat is te bedreigend, zoiets wil niemand geloven. Maar sommige dreigingen zijn reëel: je kunt een aanrijding krijgen terwijl je zelf goed oplet, je kunt zomaar in elkaar geslagen worden, je kunt je kinderen kwijtraken door te scheiden. En omdat dat kan, laten ouders zich vaak door hun emoties meeslepen en houden de kinderen weg bij de andere ouder. Het kind kan een van de ouders helemaal kwijtraken, dus zorg je dat jij die ouder in ieder geval niet bent.

Het komt voor dat iemand geheel ten onrechte van allerlei wordt beschuldigd. Bijv. dat hij stalkt, autobanden heeft doorgestoken, een kind (seksueel) heeft mishandeld. Vooral het laatste heeft een enorm effect. Veel mensen worden schichtig: je weet toch maar nooit. Er blijft altijd iets kleven aan zo’n ouder.

De omstanders gaan raad geven: laat het nieuwe gezin tot rust komen, het komt wel goed, de kinderen komen vanzelf naar je toe. Vraag nou geen informatie van de school. Bel niet op, ga niet naar het zwembad, stuur geen cadeautje met hun verjaardag.

Geef dat soort raadgevingen niet. De wet geeft ouders recht op informatie over hun kinderen; het komt niet vanzelf goed; het nieuwe gezin kan tot rust komen als er weer normale contacten voor de kinderen zijn met allebei hun ouders; kinderen komen zelden vanzelf want die voelen precies aan hoe de ouder bij wie zij wonen daar tegenover staat “Pappa/mamma heeft liever niet dat ik naar je toe ga.”Veel dwingender dan een keihard verbod werkt “Ik wil het liever niet (en ik heb het al zo moeilijk)”.

Liefde kun je niet afdwingen. De liefde tussen kinderen en allebei hun ouders is er, die hoeft niet afgedwongen te worden. Maar in scheidingssituaties moeten ouders soms hun plicht als ouder vervullen door de liefdevolle band met hun kinderen te beschermen.

De omgeving is vaak nog wel bereid te geloven dat iemand niet gedaan heeft wat zijn ex beweert. Iedereen weet dat in de emoties van het uit elkaar gaan mensen raar kunnen doen. Maar als de “deskundigen” een contactverbod adviseren of opleggen wordt de omgeving onrustig. Soms krijgt een ouder de raad voor de kinderbescherming, de ingeschakelde deskundigen, en de rechter, tegen zich. Zie je nou wel? De deskundigen zeggen ook dat je rustig moet afwachten. Ja, sommige deskundigen hebben net zoveel kennis van kinderen als u van ruimtevaart. Een kind zijn vader of moeder afpakken is emotioneel geweld tegen dat kind. Een normale ouder gaat het niet goedpraten en werkt er niet aan mee. Zou er dan toch iets aan de hand geweest zijn? Die mensen hebben er toch geen enkel belang bij de boel op te lichten? Dat zou je zeggen, maar regelmatig is het anders.

Er kan zich ook een heel ander probleem voordoen: een kind loopt weg.

De redenen kunnen heel verschillend zijn (let op: dit is een folder over gewone ouders, dus we praten hier niet over weggelopen kinderen die werkelijk mishandeld of misbruikt zijn, of die dag in dag uit de gevolgen van een psychiatrische ziekte of misbruik van drank of drugs hebben moeten aanzien). Kinderen lopen soms weg omdat ze de nieuwe vriend van hun moeder niet accepteren, of omdat ze dingen willen doen die hun ouders verbieden, zoals omgaan met mensen die hun ouders niet acceptabel vinden. Het is voorgekomen dat jongeren langdurig onder schooltijd door mensen die soms niet eens aan de school verbonden zijn naar weglopen “toegepraat” zijn. Volgens de instanties ligt het altijd aan de ouders: die hadden geen normale ouder-kind-relatie; hebben emotioneel geparasiteerd op het kind; hebben het kind (seksueel) mishandeld; waren altijd alleen maar aan het geld verdienen; het kind is in eenzaamheid opgegroeid; er was elke dag ruzie in huis. Zelfs als ze de ouders nooit gesproken hebben weten sommige vervaardigers van rapporten een heleboel over ze te melden. Dit leren veel maatschappelijk werkers in hun opleiding. Hun opleiding is zogenaamd “breed” en leidt niet op tot gedegen kennis van problemen van jongeren.

Een veertienjarige zegt gemakkelijk: ik heb achterlijke ouders, ik mag niks! Als een hulpverlener dit letterlijk neemt en in een officieel stuk zet, zit de jongere klem. Dan kan hij het achteraf niet meer nuanceren; bovendien stellen veel jongeren zich bij een uithuisplaatsing een permanent schoolkamp voor.

De ouders krijgen te maken met de pijn van de beschuldigingen van hun kind. Bedenk wel, dat het nog maar de vraag is of het kind dit gezegd heeft. Als een kind het wel gezegd heeft is het hem misschien in de mond gelegd. Er zijn instanties die wegloopkinderen allerlei gruwelen van ouders voorlezen waarop het kind alleen maar ‘ja’of ‘nee’ hoeft te zeggen (en als je weggelopen bent moet je natuurlijk soms wel ‘ja’ zeggen als je nog niet terug wilt). Het is moeilijk voor ouders het hun kind niet aan te rekenen en aardig over hem te blijven denken. Bovenop de pijn van de leugens van de instanties en de beschuldigingen van het kind komt de belediging van het wantrouwen van de omgeving. Mensen laten hun kinderen niet meer bij ze spelen, groeten niet meer, wenden zelfs hun hoofd af.

De instanties hebben de kant van het kind gekozen, dus er moet een goede reden voor dat weglopen zijn geweest.

Nee, de instanties kiezen vaak de makkelijkste weg. Het is heerlijk om een “zielig” kind te redden. Misschien werken er nogal wat mensen met een onverwerkt conflict met hun eigen ouders, misschien is het gewoon de weg van de minste weerstand. Vroeger waren er ook conflicten in gezinnen over vrienden, vrijers, laat thuiskomen, niet werken voor school. Helaas is er nu “hulpverlening”, waardoor een wegloper leert dat liegen en manipuleren de mogelijkheden geeft om te doen wat de ouders niet goedvinden, inclusief drugs gebruiken. De ouders zijn niet meer in de gelegenheid hun kind op te voeden en niemand neemt het over. Het kind merkt dat hardnekkig doen wat je zelf wilt, oplevert dat het ook mag. Begin niet aan de ouders te twijfelen. Als u vorige maand nog dacht dat het gewone ouders waren, had u daar hoogstwaarschijnlijk gelijk in.

Een kind is uit huis geplaatst.

De omgeving behandelt deze ouders alsof ze een besmettelijke ziekte hebben. Zelfs familieleden laten hun kinderen soms niet meer bij ze spelen en beginnen ze links te laten liggen. Vooral als de uithuisplaatsing langer duurt, vertrouwt men de ouders niet meer. “Er moet wat aan de hand geweest zijn. Je kind wordt je toch niet zomaar afgepakt!” Regelmatig gebeurt dat wel degelijk. En hier geldt hetzelfde als bij scheiding, men denkt: als je je kind kwijtraakt, moet het aan jezelf liggen!

Vaak blijft een uit huis geplaatst kind door onwaarheden in de rapportage uit huis geplaatst. De oorspronkelijke reden voor de uithuisplaatsing is verdwenen, de instanties doen alsof die er nog is of verzinnen iets nieuw.

Alleen wie het zelf heeft meegemaakt, begrijpt hoe eenzaam zo’n ouder is. Wat hem elke dag wordt aangedaan doordat hij het moet missen: de eerste zwemles, de vreugde van het kind om zijn eigen huisdier. En wat hem wordt aangedaan door de manier waarop instanties en soms pleegouders met hem menen te kunnen omgaan.

Anderen geven raad. Je moet wel doen wat de gezinsvoogd zegt, dus ga nou niet naar de open dag van de school (als je het toch doet zijn de consequenties voor jou!); vraag nou geen informatie bij de school want die krijg je van de gezinsvoogd; praat met je kind alleen over ditjes en datjes maar nooit over de uithuisplaatsing want dat brengt hem in verwarring.

En als klap op de vuurpijl: leg je er nou toch bij neer, hij is daar nu helemaal gewend. Je moet het voor hem over hebben.

Nee, ouders hoeven niet altijd te doen wat de gezinsvoogd zegt: ouders hebben recht op informatie (hij kan een ouder met gezag een aanwijzing geven “betreffende de verzorging en opvoeding”, daar vallen ook contacten van het kind met de gezagsouder onder, maar verder niet). Over de uithuisplaatsing praten brengt het kind in verwarring? Beter verwarring dan het verdriet van: ze hebben me weggedaan. Hij is daar nu helemaal gewend?! Er bestaat ook zoiets als schijnaanpassing, kinderen maken er het beste van. Hopelijk is hij gewend en heeft hij het naar zijn zin, maar wie denkt dat kinderen niet hun eigen ouders nodig hebben, moet eens praten met LOGA, een vereniging van adoptiefouders.

Proberen je kind weer thuis te krijgen, proberen je kind zijn ouders terug te geven: het wordt “verregaande juridisering” genoemd, en als familie en vrienden dat ook beginnen te zeggen doet het vreselijke pijn.

Juridisering ja, namelijk proberen door een uitspraak van de rechter (en als voorbereidend werk door klachtenprocedures) weer een gewoon gezin te zijn: zouden ze dan liever zien dat het kind door zijn ouders ontvoerd werd? Of geloven ze nou echt dat een GEWONE ouder, dus een ouder van wie een kind TEN ONRECHTE uit huis geplaatst is of uit huis geplaatst blijft, zich daar bij neer zal leggen?!

Instanties hebben omslachtige, langlopende en weinig effectieve klachtenregelingen. Ouders moeten veel extra energie steken in iets wat de dubieuze, betwiste gang van zaken meestal niet stopt, ondanks hun gelijk. Vervolgens krijgen ze het verwijt dat ze steeds maar aan het klagen zijn, en suggereert men dat er aan die ouders “dus” wel een steekje los zit.

Jeugdzorg, jeugdhulpverlening, kinderbescherming, welke term maar in de mode is: het is een bedrijfstak met zijn eigen belangen (bijvoorbeeld: een tehuis dat niet een bepaalde bezettingsgraad heeft wordt gesloten). In die bedrijfstak is het verloop onder het personeel enorm, kunnen mensen soms niet omgaan met macht of zijn ze niet tegen hun taak opgewassen. Bovendien heerst er een cultuur van afschuw van feiten (“het gaat om de beleving”) en maakbaarheid van relaties. Misschien werken er veel mensen die graag “redden”, waardoor ze een hoop narigheid kunnen veroorzaken.

Er gebeuren regelmatig de raarste dingen: een onderzoeker is partijdig, feiten worden genegeerd of aangepast aan de wens van de rapporteur, iemand woorden worden verdraaid, informanten worden genoemd die niet benaderd zijn, conclusies van rapporten hebben weinig te maken met het rapport waar ze een conclusie uit moeten zijn of rapporten zijn suggestief en werken naar een conclusie toe die kennelijk van te voren al vaststond, de directeur schrijft u na een klachtenprocedure A en op de zitting zegt zijn vertegenwoordiger toch B, tussen datum post en datum poststempel liggen weken, post komt niet aan, stukken worden geweigerd of verdwijnen. Als het boven water komt, heet het allemaal “misverstand”. Kinderbeschermers lappen soms de wet en ook de uitspraak van de rechter aan hun laars.

Welbeschouwd is het niemand kwalijk te nemen als hij dit soort verhalen niet gelooft!

Dat kan toch niet gebeurd zijn? Zoiets doet toch geen mens? En die rechter dan, heeft die geen hersens? Na het lezen van honderden dossiers en onze eigen ervaringen moeten wij zeggen dat er misschien nergens zo vrij met de feiten omgesprongen wordt als in de jeugdzorg, en dat rechters soms schijnen te denken: naar ouders hoef ik niet te luisteren, die denken alleen aan hun eigen belang.

Ouders zijn echter degenen die het best de belangen van hun kinderen kunnen behartigen.

Het Burgerlijk Wetboek zegt zelfs:
Het ouderlijk gezag omvat de plicht en het recht van de ouder zijn minderjarig kind te verzorgen en op te voeden.
Onder verzorging en opvoeding worden mede verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn van het kind en het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. (art. 247)
In Nederland loopt heel veel geweldig goed. Op dit terrein loopt te veel geweldig slecht. Zo slecht, dat wei het navertelt, uitlokt dat hij voor gek versleten wordt. Een normaal mens kan niet snappen dat officiële organisaties onder de ogen van de overheid soms zo slecht werken. In bedrijven worden mensen meestal ontslagen als ze hun werk slecht doen en slecht blijven doen. In het kinderbeschermingsbedrijf doet ongetwijfeld een deel van de mensen hun werk goed en worden misschien soms mensen die het slecht doen verwijderd. Maar er blijven te veel mensen die zich bedienen van intimidatie, manipulatie en zelfs leugensd. Dit gaat maar door en brengt kinderen en ouders veel verdriet en ellende.

Bron: http://www.stichtingkog.info/pages/publicaties/een-ijswoestijn.php