Binnenkort start een overleg tussen Bureau Jeugdzorg Groningen en een aantal Groningse kritische jeugdrechtadvocaten en een gezinsvoogd met als voorlopig doel het verbeteren van de communicatie tussen jeugdzorg en ouders en het zo mogelijk voorkomen van uithuisplaatsingen. Onderstaande gesprekspunten zijn door mr. Ivonne Wagenaar ingebracht

Advocate Yvonne Wagenaar

Graag hoor ik op- en aanmerkingen en nieuwe/andere gezichtspunten.

Met betrekking tot het kind

• gebrekkige kennis van ontwikkelingspsychologie waar het betreft hechting (problematiek) en impact uithuisplaatsing (UHP) als zodanig almede aanwijzingen met betrekking tot omgang, overplaatsingen, schoolwisselingen etc.
Met betrekking tot de ouders
• gebrek aan professionele houding/neutraliteit van de gezinsvoogden en teamleiders. Klakkeloos overnemen van –verouderde – psychiatrische diagnoses in rapportage. Het zelf stellen van “psychiatrische diagnoses”
• gebrek aan communicatieve vaardigheden met betrekking tot laagopgeleide ouders, ouders met beperkingen
• waarnemingen worden niet gecheckt
• gebrekkige kennis in interculturele kwesties
• te weinig probleemgericht denken
• ouders worden niet/nauwelijks op hun rechten gewezen.

Kwesties worden veelal persoonlijk gemaakt, zodat gesprekken/procedures ontaarden in een machtsstrijd. Kritische ouders wordt gebrek aan (intrinsieke) medewerking, gebrek aan inzicht in problematiek verweten. Procederen wordt ouders verweten: zij stellen het belang van het kind niet centraal, is het verwijt.

Scheve machtsverhoudingen leiden per definitie tot kwalitatief ‘slechte’ rapportages/beslissingen en gebrek aan draagvlak bij ouders. Marginale toetsing van de rechter leidt tot bevestiging van de ‘juistheid’ van de eigen beslissingen. Sprake van Hermetisch Systeem.

Praktijkvoorbeelden:

• Gezinsvoogden (Gezinsvoogd/Jeugdzorg) voeren beschikkingen van de kinderrechter niet uit of naar eigen visie. Daardoor wordt niet bereikt wat de kinderrechter had beoogd in beschikking: bijvoorbeeld omgang met de andere
ouder bewerkstelligen.

• Gezinsvoogd neemt visie van weigerouder over (identificatie met deze ouder).Geen contact tussen niet – verzorgende ouder met het kind en handelwijze van gezinsvoogd is vervolgens daar op gericht.

• De gezinsvoogd initieert een psychologisch onderzoek kind (medicalisering kind ) met als doel een rapport te verkrijgen dat concludeert: omgang niet in het belang van het kind is. Onafhankelijkheid onderzoeker in niet vanzelfsprekend.

• De kinderrechter en de (Raad voor de Kinderbescherming) verlaat op de volgende zitting haar eerder ingenomen standpunt. Doel van weigerouder is bereikt.

• Gezinsvoogden stellen (verzinnen) psychiatrische diagnoses (ja!) op grond waarvan kinderen uit huis worden geplaatst. De formulering is dan: “Het lijkt dat moeder aan …….lijdt”. “Er is een vermoeden van….”

• Deze “diagnoses” worden niet voorafgaand aan een ondertoezichtstelling (OTS) of uithuisplaatsing (UHP) getoetst op feitelijkheid/waarheid

• Algemene klacht van ouders: de rapporten staan vol met onjuistheden en regelrechte leugens. Wanneer deze leugens op grond van feiten/bewijsstukken zijn weerlegd komen deze leugens of andere onjuistheden toch weer terug in de navolgende stukken. (overschrijven en plakken)

• Veel gezinsvoogden hebben een autoritaire en neerbuigende attitude jegens ouders. Met name jegens laagopgeleide ouders.

• Gezinsvoogd/ Jeugdzorg werken niet, na een uithuisplaatsing (UHP), stevig aan terugplaatsing zoals verplicht op grond van de Wet op de Jeugdzorg. Te snel wordt aangenomen dat kinderen naar perspectief biedend gezin gaan. Te weinig en te laat opgestarte hulpverlening en onderzoek van deskundigen.

• Waarom zijn er zoveel meer uithuisplaatsingen (UHP) in Nederland dan elders in de wereld Wij hebben toch de meest gelukkige kinderen ter wereld
• Waarheidsvinding bestaat niet in het jeugdrecht. Het algemene bewijsrecht geldt niet in het jeugdrecht.

• Kinderrechters hebben 20 minuten voor een uithuisplaatsing (UHP) zitting. Kinderrechter toetst te marginaal en neemt veelal te weinig kritisch de stellingen van Bureau Jeugdzorg (BJz) over.

• Welke zijn de eigen belangen van jeugdzorg en pleegzorg

• Veel kinderen worden geplaatst in Christelijke instellingen en pleegsettingen tegen de wil van anders gelovige ouders of niet gelovige ouders. Dit kan extreme proporties aan nemen

• Te weinig onderzoek naar de traumatische gevolgen van een uithuisplaatsing (UHP). Als het slecht gaat met de kinderen in het pleeggezin is dit steevast (volgens Jeugdzorg) te wijten aan de situatie bij ouders.

• Veel wisselingen van gezinsvoogd. Veel ouders zijn aan hun zesde Gezinsvoogd toe.

• Veel doorplaatsingen van uithuisgeplaatste kinderen binnen jeugdzorg (pleeggezinnen en instellingen

• Kinderen verblijven langdurige in instellingen zonder psychiatrisch
onderzoek.

• De sfeer binnen de instellingen triggert seksualiserend gedrag bij jongeren, wat steevast de jongeren wordt verweten in de rapportages.

• Opleidingsniveau van gezinsvoogd te laag. Zeker gelet op de machtspositie. Uiteindelijk beslist een redelijk laag opgeleide hulpverlener over de toekomst van kinderen en gezinnen.

• Waarom wordt zo weinig een netwerkplaatsing (binnen de familie) onderzocht alvorens uit huis wordt geplaatst bij voor het kind wildvreemde mensen.

• Te weinig aandacht voor de belangrijke rol van grootouders bij uithuis geplaatste kinderen. Grootouders krijgen nauwelijks meer toegang tot hun kleinkinderen.

• De beslissingsbevoegdheid en volledige toetsing weer naar de kinderrechter, zoals commissie Samson adviseert.

• Te veel verschillende hulpverlening in een gezin die langs elkaar heen werken

• Plukken van kinderen van school en bed door een legertje politie. Enz. enz. enz.

Graag hoor ik op- en aanmerkingen en nieuwe/andere gezichtspunten.

Met betrekking tot het kind

• gebrekkige kennis van ontwikkelingspsychologie waar het betreft hechting (problematiek) en impact uithuisplaatsing (UHP) als zodanig, almede aanwijzingen met betrekking tot omgang, overplaatsingen, schoolwisselingen, etc.

Met betrekking tot de ouders

• gebrek aan professionele houding/neutraliteit van de gezinsvoogden en teamleiders. Klakkeloos overnemen van –verouderde – psychiatrische diagnoses in rapportage. Het zelf stellen van “psychiatrische diagnoses”
• gebrek aan communicatieve vaardigheden met betrekking tot laagopgeleide ouders, ouders met beperkingen
• waarnemingen worden niet gecheckt
• gebrekkige kennis in interculturele kwesties
• te weinig probleemgericht denken
• ouders worden niet/nauwelijks op hun rechten gewezen.
Kwesties worden veelal persoonlijk gemaakt, zodat gesprekken/procedures ontaarden in een machtsstrijd. Kritische ouders wordt gebrek aan (intrinsieke) medewerking, gebrek aan inzicht in problematiek verweten. Procederen wordt ouders verweten: zij stellen het belang van het kind niet centraal, is het verwijt.

Scheve machtsverhoudingen leiden per definitie tot kwalitatief ‘slechte’ rapportages/beslissingen en gebrek aan draagvlak bij ouders. Marginale toetsing van de rechter leidt tot bevestiging van de ‘juistheid’ van de eigen beslissingen. Sprake van Hermetisch Systeem.

Praktijkvoorbeelden:

• Gezinsvoogden (Gezinsvoogd/Jeugdzorg) voeren beschikkingen van de kinderrechter niet uit of naar eigen visie. Daardoor wordt niet bereikt wat de kinderrechter had beoogd in beschikking: bijvoorbeeld omgang met de andere ouder bewerkstelligen.

• Gezinsvoogd neemt visie van weigerouder over (identificatie met deze ouder). Geen contact tussen niet – verzorgende ouder met het kind en handelwijze van gezinsvoogd is vervolgens daar op gericht.

• De gezinsvoogd initieert een psychologisch onderzoek kind (medicalisering kind ) met als doel een rapport te verkrijgen dat concludeert: omgang niet in het belang van het kind. Onafhankelijkheid onderzoeker is niet vanzelfsprekend.

• De kinderrechter en de (Raad voor de Kinderbescherming) verlaat op de volgende zitting haar eerder ingenomen standpunt. Doel van weigerouder is bereikt.

• Gezinsvoogden stellen (verzinnen) psychiatrische diagnoses (ja!) op grond waarvan kinderen uit huis worden geplaatst. De formulering is dan: “Het lijkt dat moeder aan …….lijdt”. “Er is een vermoeden van….”

• Deze “diagnoses” worden niet voorafgaand aan een ondertoezichtstelling (OTS) of uithuisplaatsing (UHP) getoetst op feitelijkheid/waarheid

• Algemene klacht van ouders: de rapporten staan vol met onjuistheden en regelrechte leugens. Wanneer deze leugens op grond van feiten/bewijsstukken zijn weerlegd komen deze leugens of andere onjuistheden toch weer terug in de navolgende stukken. (overschrijven en plakken)

• Veel gezinsvoogden hebben een autoritaire en neerbuigende attitude jegens ouders. Met name jegens laagopgeleide ouders.

• Gezinsvoogd/ Jeugdzorg werken niet, na een uithuisplaatsing (UHP), stevig aan terugplaatsing zoals verplicht op grond van de Wet op de Jeugdzorg. Te snel wordt aangenomen dat kinderen naar perspectief biedend gezin gaan. Te weinig en te laat opgestarte hulpverlening en onderzoek van deskundigen.

• Waarom zijn er zoveel meer uithuisplaatsingen (UHP) in Nederland dan elders in de wereld. Wij hebben toch de meest gelukkige kinderen ter wereld?

• Waarheidsvinding bestaat niet in het jeugdrecht. Het algemene bewijsrecht geldt niet in het jeugdrecht.

• Kinderrechters hebben 20 minuten voor een uithuisplaatsing (UHP) zitting. Kinderrechter toetst te marginaal en neemt veelal te weinig kritisch de stellingen van Bureau Jeugdzorg (BJz) over.

• Welke zijn de eigen belangen van jeugdzorg en pleegzorg

• Veel kinderen worden geplaatst in Christelijke instellingen en pleegsettingen tegen de wil van anders gelovige ouders of niet gelovige ouders. Dit kan extreme proporties aannemen

• Te weinig onderzoek naar de traumatische gevolgen van een uithuisplaatsing (UHP). Als het slecht gaat met de kinderen in het pleeggezin is dit steevast (volgens Jeugdzorg) te wijten aan de situatie bij ouders.

• Veel wisselingen van gezinsvoogd. Veel ouders zijn aan hun zesde Gezinsvoogd toe.

• Veel doorplaatsingen van uithuisgeplaatste kinderen binnen jeugdzorg (pleeggezinnen en instellingen

• Kinderen verblijven langdurig in instellingen zonder psychiatrisch onderzoek.

• De sfeer binnen de instellingen triggert seksualiserend gedrag bij jongeren, wat steevast de jongeren wordt verweten in de rapportages.

• Opleidingsniveau van gezinsvoogd te laag. Zeker gelet op de machtspositie. Uiteindelijk beslist een redelijk laag opgeleide hulpverlener over de toekomst van kinderen en gezinnen.

• Waarom wordt zo weinig een netwerkplaatsing (binnen de familie) onderzocht alvorens uit huis wordt geplaatst bij voor het kind wildvreemde mensen.

• Te weinig aandacht voor de belangrijke rol van grootouders bij uithuis geplaatste kinderen. Grootouders krijgen nauwelijks meer toegang tot hun kleinkinderen.

• De beslissingsbevoegdheid en volledige toetsing weer naar de kinderrechter, zoals commissie Samson adviseert.

• Te veel verschillende hulpverlening in een gezin die langs elkaar heen werken.

• Plukken van kinderen van school en bed door een legertje politie. Enz. enz. enz.

Vestiging in Groningen
Noorderhaven 70
9712 VM Groningen
Telefoon: 050 311 9930
Fax 050 311 9931 Bezoekadres in Huizen
IJsselmeerstraat 314
1271 GE Huizen
Telefoon: 035 523 4697

E-mail adres: i.wagenaar@balienet.nl

http://www.wagenaaradvocaten.nl/contact/

http://www.wagenaaradvocaten.nl/overleg-jeugdzorg-met-kritische-jeugdzorgadvocaten-page/

Bron: http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.com/2012/04/alle-artikelen-jeugdzorg-dark-horse.html

Advertenties
reacties
  1. G.J. McMurter schreef:

    Waarom wordt zo weinig een netwerkplaatsing (binnen de familie) onderzocht alvorens uit huis wordt geplaatst bij voor het kind wild vreemde mensen?

    Dat is een beleidskwestie!
    Een beleids kwestie gebaseerd op het onvermogen en het ontbreken van kennis om dit te realiseren.

    Als een grootouder zorgen meldt bij het AMK, wordt deze grootouder in een vicieuze cirkel langs politie, huisarts en school gestuurd om hulp te verkrijgen.

    Vervolgens is het een beleids kwestie dat de politie, de huisarts en de school mededeelt aan de grootouder die zorgen meldt, dat een grootouder (geen een omstander kan dat overigens) geen zorgen bij deze instanties kan melden.

    Het AMK is hierover niet eerlijk naar de buitenwereld en werkt met een dubbele agenda, misschien wel drie dubbel.
    Uiteidelijk als je dan weer het AMK opbelt omdat problematiek niet is opgelost wordt er doodleuk gezegd dat grootouders zorgen niet kunnen melden bij het AMK, ook niet als deze gemeld worden aan de huisarts, de school of bij de politie.

    Het AMK heeft dit in de persoon van maatschappelijk werkende AMK zelf medegedeeld aan de Directeur maatschappelijk werk (gemeld kan er slechts worden bij het AMK als drie professionals zelf hebben gezien dat het kind ernstig is mishandeld);; tegen een Jeugdzorg werkster die ook dacht dat een grootmoeder zorgen kan melden en tegen een maatschappelijk werkster (familie kan
    en de Stichting Huiselijk Geweld:”Een grootmoeder kan niet melden, omdat dat van die ingewikkelde onderzoeken worden dat er niet meer is uit te komen.
    Daarom vindt er helemaal geen plaatsing binnen de familie plaats. De maatschappelijk werkende AMK is
    niet instaat onderzoek te doen als familie (u en ik, gevraagd wordt niet naar uw opleiding en kwaliteiten als grootouder, buur of andere familieleden of u nu advocaat bent, rechter, pedagooog,
    psycholoog enz.) meldt en helemaal niet instaat om kinderen bij familie te plaatsen.

    Kortom de diegenen die achter de gezinsvoogd staan bezitten niet de vaardigheden om objectief onderzoek te doen, kinderen, bij familie te plaatsen, omdat ze daar onvoldoende gekwalificeerd personeel voor hebben.

    Dat kinderen niet bij familie worden geplaatst heeft als oorzaak het onvermogen, een te beperkte opleiding om dit te realiseren.
    In de jaren zeventig was dit heel normaal, had men niet zoveel kindertehuizen en werden kinderen vaak tijdelijk bij familie ondergebracht totdat de situatie weer was gestabiliseerd, indien mogelijk.
    Konden buren, grootouders en familie gewoon met hun zorgen bij de huisarts terecht die dan een kijkje thuis kon gaan nemen, en naar hulpverlenende instanties door kon verwijzen, indien nodig.
    Nu moet alle zorg allemaal via Bureau Jeugdzorg worden aangevraagd. … ze kunnen het allemaal niet aan!
    Dit beleid moet worden veranderd. De huisarts moet gewoon naar hulpverlenende instanties kunnen doorverwijzen.
    Alle kinderen moeten recht krijgen op gratis hulpverlening.
    En als dit een te grote toeloop krijgt kan men denken aan hulp in groepsverband van ouders en kinderen.
    Voorts moet de gezinsvoogd weer vervangen worden door een team, waarin onder andere een wijkverpleegkundige, een gezinstherapeut, een huisarts, maatschappelijk werk, schuldhulp (het is bekend dat werkeloze ouders hun kinderen gemiddeld meer mishandelen) enz. uitgebreid worden.
    Politie moet bij melding door kunnen verwijzen naar bijvoorbeeld in eerste instantie een huisarts, evenzo als de school of zoals er wordt voorgesteld een speciale huisarts, en geen maatschappelijk werkende AMK die geen bal verstand van onderzoek heeft, nog minder van medische problematiek en alle macht in handen heeft genomen bij het AMK, op grond van het verhulde feit dat men niet instaat is objectief weten
    schappelijk onderzoek te verrichten, verhult dat omstanders geen zorgen kunnen melden, de Inspectie jeugdzorg daar omtrent een loer voor ogen draaien.
    Niemand gaat zeggen dat hij zijn functie niet aan kan, want dan ben je je baan kwijt en is het maar de vraag of je elders nog aan het werk komt. Er moet een duidelijke scheiding komen tussen preventieve hulpverlening (niet verwacht van huisarts, leerkracht en politie, die hebben een ander beroep) en een melding van ernstige mishandeling bij het AMK.
    De politie, de huisarts en de leerkacht moeten zorgen kunnen melden bij de preventieve zorg verleners.
    De nieuwe wet die nu is aangenomen is tot mislukken gedoemd!
    Dringt het nu werkelijk tot niemand door?
    NIEMAND WIL MEER IETS MET JEUGDZORG VANDOEN HEBBEN.
    JEUGDZORG LIGT OP ZIJN KONT!
    dAAR KAN GEEN WET VERANDERING INBRENGEN.
    MEN MOET EERST WETEN DAT ER PREVENTIEVE ZORGEN GEMELD KUNNEN WORDEN EN DAT OUDERS EEN EERLIJKE KANS MOETEN KRIJGEN OM VERBETERINGEN IN EEN SITUATIE AAN TE BRENGEN.

  2. G.J. McMurter schreef:

    Wat me nu in mijn omgeving weer voor gruwelijks ter ore is gekomen doet mij de haren ten berge rijzen!
    Gedragswetenschappers in dienst van het AMK staan onder een regiem van maatschappelijk werkenden die met het ORBAhulpmiddel (een subjectieve getrapte selectie procedure uit het jaar nul), waarop omstanders in eerste instantie al uit worden geselecteerd, omdat maatschappelijk werkenden AMK zelf al zeggen niet instaat te zijn tot het doen van onderzoek als omstanders melden omdat dat te moeilijk wordt, dan kunnen ze niet meer bevatten) professionals beoordelen op betrouwbaarheid,
    geloofwaardigheid en dat alles op subjectieve inschatting. Volgens mij is dat tegen de beroepscode van gedragswetenschappers. Gedragswetenschappers mogen mijns inziens zich niet bevinden in een afhankelijkheidspositie t.o.v. lager opgeleid kader.

    Ten tweede zien ze nogmaals slechts vele andere delen van de werkelijkheid over het hoofd. waardoor ze wreedaardig gedrag kunnen gaan vertonen t.o.v. de ouders wiens kinderen zijn afgenomen.
    Dat behoeft niet altijd een met opzet aangebrachte mis-handeling te zijn.
    Men kan bijvoorbeeld niet de energie hebben om het kind zelf op te
    voeden, maar om zo’n liefhebbende ouder dan in een sessie observeren,meedogenloos afmaken is wreed en kwaadaardig, terwijl allang vastgesteld is dat deze moeder nooit meer haar eigen kind zal kunnen opvoeden, hetgeen niet wil zeggen dat deze ouder niet vreselijk ljidt aan het gemis van haar kind.
    Bovendien wordt ook nog een andere werkelijkheid niet waargenomen, namelijk de erfenis die deze moeder heeft, die niet onbemiddeld is.
    De erfenis waarop geaast wordt door de verzorgers van het kind.
    Daarom moet deze moeder, terwijl het sinterklaasfeest is, iets wat deze moeder niet kan vieren met haar kind, opgebeld worden en medegedeeld dat ze er beter niet meer kan zijn, omdat dat beter voor haar dochter is, waarna een hele reeks verzinsels de revue passeren.
    Hulpverlenenden trachten te voorkomen dat deze moeder die aan een gebroken hart lijdt op de been blijft, zodat ze wegens ernstige schuldgevoelens ten opzichte van haar kind, zich zo slecht voelt dat ze denkt dat ze er beter niet meer kan zijn.

    En de huidige verzorgers van het kind beinvloeden deze gedragswetenschapper die een onmenselijk wreed rapport schrijft, terwijl deze vrouw tijdens deze observatie zichzelf al helemaal niet meer is. Bovendien heeft ze al eens meegemaakt dat haar het kind op grond van een idiote (dat dat mag in Nederland) draagkrachtmeting, uitgevoerd door een onprofessioneel persoon (van de zenuwen had ze vlak voor dat hij kwam een glas uit haar handen laten vallen en het snel opgeruimd )en die toen zag dat er nog een scherfje glas lag en toen concludeerde dat ze haar eigen kind niet op kon voeden en haar om die reden haar kind afnam, terwijl de werkelijke reden was dat de verzorgers naar de andere kant van het land verhuisden.

    Deze gedragswetenschapper wordt dus handlanger in een spelletje dat de verzorgers spelen om de moeder zo depressief te maken dat ze uiteindelijk zelfmoord zal plegen.
    Ik vind dat gedragswetenschappers onafhankelijk van het AMk hun mening over een situatie moeten
    kunnen geven en er is een heel groot verschil tuseen meedogenloze eerlijkheid en helende eerlijkheid !

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s