Er wordt door Bureau Jeugdzorg momenteel een bedrieglijke voorstelling van zaken gegeven richting de overheid, met betrekking tot de geldverstrekking en de kwaliteit die door Jeugdzorg kan worden geboden. De roep om meer geld wordt gesimplificeerd tot een enkele vraagstelling: Meer wachtlijsten of de caseload verhogen?

De Deltamethode
Steeds meer wordt er bij Jeugdzorg gewerkt volgens de Deltamethode, waarbij er gestreefd wordt om de maximum caseload (het aantal gezinnen per gezinsvoogd) de grens van 15 niet te laten overschrijden. Dit om betere zorg te kunnen bieden, die bij een te grote caseload niet mogelijk is, door tijdgebrek en overbelasting van de capaciteit van een gezinsvoogd. Op zich een mooi streven. Het probleem wat zich voordoet bij een verlaging van de caseload, is dat de wachtlijsten zullen toenemen en dat is eigenlijk net zo onwenselijk als een te hoge caseload. Er moet dus meer geld komen vindt Jeugdzorg, om meer gezinsvoogden te kunnen aanstellen zodat evengoed voldoende zorg kan worden geboden. Als dat geld er niet komt, zullen zij om de wachtlijsten niet te laten oplopen, toch weer de caseload moeten verhogen.

Te grote instroom
Een begrijpelijke redenering die toch heel misleidend is. Het eigenlijke probleem bij Jeugdzorg is namelijk niet gelegen in de moeizame verwerking van de wachtlijsten, noch in de te hoge caseload, die volgens Jeugdzorg beiden hun oorzaak hebben in een financieel tekort. Nee, de werkelijke reden voor de te hoge caseload én de wachtlijsten is de kunstmatig hoge instroom van veronderstelde probleemgezinnen. Er worden teveel cliënten door de voordeur binnen gehaald en daardoor wordt het dringen bij de achterdeur. De reden waarom er zoveel cliënten bij Jeugdzorg binnen komen die daar eigenlijk niet thuis horen (zie: onderzoek hoogleraar Jo Hermanns) is dat de definitie van wat er onder kindermishandeling mag worden verstaan steeds verder wordt opgerekt, waardoor er een kunstmatige stijging te zien is in het aantal gevallen van kindermishandeling.

Adri van Montfoort – Definitie van kindermishandeling
In de AMK-lezing van beleidsadviseur voor AMK en Jeugdzorg Adri van Montfoort van 4 oktober 2011 zegt hij daar het volgende over:

Er komt een lichte vorm van ondertoezichtstelling die zo ruim is, dat een uitbreiding van de staatsinterventie van tienduizenden minderjarigen mogelijk wordt. Volgens de Memorie van toelichting gaat het om een lichte, preventieve maatregel, en opnieuw twijfel ik niet aan de intentie, maar wel aan de uitkomst

Dwang van de staat in de opvoeding is nooit licht en leidt per definitie tot juridisering met procedures, advocaten, rechtszaken en alle daarbij behorende strijd.

Deze ‘lichte ondertoezichtstelling’ betekent dus een verdere verruiming van de definitie van kindermishandeling, terwijl de huidige definitie al tot grote aantallen onterechte gevallen van ‘bewezen kindermishandeling’ heeft geleidt, met alle kwalijke gevolgen voor de betrokken gezinnen.

Van Montfoort:

Ook het opnemen van de definitie van kindermishandeling in de Wet op Jeugdzorg in 1998 betekende een verruiming voor het criterium voor staatsinterventie. De definitie is zo breed, dat iedere voor een minderjarige mogelijk bedreigende opvoedingssituatie er onder kan vallen.

Deze brede definitie is minder geschikt als criterium van staatsingrijpen in de opvoeding, omdat het een brede, diffuse verschuiving van verantwoordelijkheid betekent van ouders en hun omgeving naar de staat en in de praktijk daarmee naar beroepskrachten en instanties.

Van Montfoort stelt dat een te ruime definitie van het begrip kindermishandeling, een overbelasting betekent van het hulpverleningssysteem en daarbij een te snel voorbij gaan aan de eigen verantwoordelijkheid van ouders en andere familieleden.

Een te ruime definitie van kindermishandeling betekent in de praktijk een verontrustende toename van het subjectieve element in de beoordeling van een gezinssituatie. Er zijn steeds minder feiten en steeds meer persoonlijke meningen aan de kant van melders, onderzoekers en gezinsvoogden die leiden tot gedwongen hulp.

Het Procrustesbed
Binnen de opgerekte definitie van kindermishandeling, wordt er vaak gesproken over ‘pedagogische verwaarlozing’. Dat klinkt niet zo ernstig, maar in AMK rapportages transformeert dit begrip zich vaak ongemerkt tot het zwaardere woord ‘mishandeling’. Het is als het ware een opstapje naar het op het spoor komen van het grotere psychische leed dat zich daar ‘vermoedelijk’ achter zal bevinden. Volgens het principe ‘waar rook is, is vuur’ kunnen onderzoekers elke vonk die ze tegenkomen aanblazen en indien nodig, er een paar takjes bovenop leggen. In ‘het-belang-van-het-kind’ lijken normale regels en wetten soms niet meer te gelden, want van een goede controle op de uitvoering van de kinderbeschermingstaken is tot op heden nog geen sprake.

De subjectivering van de onderzoeksmethoden van het AMK geeft het idee van een Procrustesbed. Procrustes was een herbergier, die af en toe gasten ontving op doorreis. Als ze na de maaltijd om een slaapplaats verzochten, leidde Procrustes ze naar een kamer met daarin een bed dat afhankelijk van de gast erg lang of erg kort was. De gasten van bovengemiddelde lengte, leidde hij naar de kamer met het korte bedje en gasten die klein van stuk waren mochten slapen in het grote bed. Om ‘zorg op maat’ te leveren paste hij enige hulpmaatregelen toe bij zijn gasten. De gasten die te kort waren voor het grote bed rekte hij een stuk uit, waardoor ze overleden en hij hun bezittingen kon roven. De gasten die te lang waren voor het kleine bed, hielp hij door ze de benen af te hakken. Ook zij stierven en hij nam hun bezittingen. Moraal van het verhaal: Procrustes kwam altijd aan hetgeen hij verlangde. En dat geldt niet minder voor het AMK en Jeugdzorg. De kostbaarste bezittingen van ouders, hun kinderen, komen linksom of rechtsom altijd in de macht van Jeugdzorg.

Te veel of te weinig
Volgens de kritische onderzoekers kunnen ouders hun kinderen te weinig aandacht geven, maar ook teveel (verwennen). Kinderen kunnen te weinig speelgoed hebben, of door een overvloed aan speelgoed worden verpest. Ze worden te weinig gestimuleerd in hun autonomie, of als ouders dat juist wél doen, teveel ‘aan hun lot overgelaten’. Kinderen met een duidelijke zelfexpressie zijn ‘niet opgevoed’ en kinderen die goed aan de ouders gehoorzamen, worden ‘onderdrukt’. Rustige kinderen ‘verbergen een afschuwelijk geheim’ en normale kinderen weten goed ‘de schijn op te houden’. Praten de ouders over het beschermen van hun kinderen, dan horen de onderzoekers ’verstikken’. Als u A zegt, zeggen de onderzoekers B. Zij zullen altijd op de tegenovergestelde kant van de wip gaan zitten, want dát de ouders iets verkeerds hebben gedaan, is met zo’n ruime definitie gewoon onvermijdelijk. Zo was er een gezinsvoogd die in een rapportage schreef: ”De moeder gaat met mij in discussie. Dit is schadelijk voor het kind”.

Signaleringstaak
Er worden intensieve mediacampagnes gevoerd door het AMK om bij het minste vermoeden van kindermishandeling, onmiddellijk melding te doen. Ook hier weer is het volstrekt onduidelijk wat er wel en niet onder mishandeling mag worden verstaan. Iedereen kan dat naar believen invullen. Wat de gevolgen van een AMK-melding kunnen zijn, daar hebben veel goed bedoelende, bezorgde burgers vaak geen weet van. Er is ondertussen een groeiend aantal professionals – die uit hoofde van hun functie een signaleringstaak hebben- die weigeren om ouders bij het AMK aan te melden, omdat zij die gevolgen wél kennen. Zij kiezen er vanuit hun geweten en medemenselijkheid voor, om bij vermoeden van kindermishandeling liever met de ouders zelf te gaan praten en ze door te verwijzen naar de huisarts of een andere hulpinstantie, los van AMK of Jeugdzorg. Op deze manier voorkomen ze een agressieve benadering van kinderbeschermingsinstanties die niet op hulpverlenen gericht zijn, maar op het brandmerken van ouders.

Ook veel artsen willen bij vermoeden van kindermishandeling liever het AMK om advies vragen (in niet tot de casus herleidbare bewoordingen), dan een zorgmelding doen. Die kennen inmiddels ook de verhalen van ouders. Maar ook hier is weer iets op bedacht: de meldingsplicht. Hierdoor worden artsen in een gewetensconflict gebracht, omdat ze hiermee gedwongen zijn een inbreuk te maken op hun beroepsgeheim. Het KNMG (landelijke artsenvereniging) is van mening dat het ook op een andere manier kan (een tussenvorm), maar de druk vanuit de politiek tot een alsmaar verder gaande preventie met dwangmaatregelen is enorm.

‘Januskop’ in de hulpverlening
Jeugdzorg heeft niet meer geld nodig om haar taken te kunnen uitvoeren. Ze moet helderder krijgen wat haar eigenlijke taken zijn. Zij zal een manier moeten vinden om haar domein (verwaarloosde en mishandelde kinderen) beter af te bakenen en geen ouders te diskwalificeren die zelfstandig tot de opvoeding van hun kinderen in staat zijn, al dan niet met in autonomie gekozen lichte opvoedondersteuning. Wat de in de concept herzieningswet geïntroduceerde ‘lichte opgroeiondersteuning’ betreft, daar doemt alweer het volgende spookschip op aan de horizon, want de scheidslijn tussen lichte en zware problematiek is niet goed gedefinieerd. Dat wordt zoals het er naar uit ziet weer een kwestie van ‘persoonlijke mening’ van de hulpverlener. Bij deze lichte opvoedproblematiek krijgen we opnieuw met de Januskop van de hulpverlening te maken, omdat de CJG’s (Centra Jeugd en Gezin) ook een signaleringstaak hebben. Dit maakt dat er van de gewenste laagdrempeligheid van deze centra weinig terecht zal komen. Ouders die komen voor vrijwillige opvoedhulp, kunnen doorgestuurd worden naar de verplichte hulp. Als ouders dat in hun achterhoofd hebben, hoe laagdrempelig zal het CJG in de praktijk dan zijn?

Machtsmisbruik van hulpverleners
Ik heb al één ouder gesproken die het CJG had ingeschakeld om te bemiddelen in een conflict dat ze had met de school van haar kind. De CJG medewerker kwam haar in haar eigen huis beledigen en bedreigen met ‘verdergaande maatregelen’, omdat volgens hem het probleem geheel bij haar lag. Ook het Centrum voor logopedie waar haar kind spraakles kreeg, werd in een brief gesommeerd om een zorgmelding te doen, als deze moeder in de toekomst ‘moeilijk’ zou gaan doen. Alsjeblieft, laagdrempelige hulp in de praktijk!

Te weinig geld is niet het probleem waar Jeugdzorg mee te kampen heeft. De wachtlijsten zijn het gevolg van een paranoïde (politiek) klimaat, waarbij de utopie wordt nagestreefd van een maatschappij zonder kindermishandeling en ouders die blindelings aan de zorgprofessionals gehoorzamen. Door steeds meer zaken onder het kopje kindermishandeling te scharen ontstaat de illusie, dat Nederland een veiliger land wordt voor opgroeiende kinderen. In werkelijkheid ontsnappen er net zoveel zaken van gruwelijk geweld aan de aandacht van Jeugdzorg als in het verleden. Wat wel verandert, is de toenemende mate van ondertoezichtstellingen van gezinnen die dit helemaal niet nodig hebben en een groeiend aantal wachtlijsten.

De maatschappij betaalt de prijs
De trauma’s die worden teweeg gebracht in gezinnen waar onterecht een o.t.s. of u.h.p. worden uitgesproken door de kinderrechter, hebben naast het aspect van menselijk leed ook nog een aardig kostenplaatje. Veel ouders zijn korte of langere tijd niet in staat om te werken en dat kost bedrijven geld. Daarnaast doen ouders door de ellende waar ze in terecht komen voor zichzelf vaker een beroep op de hulpverlening. Relaties komen onder druk te staan door het voordurend leven in onzekerheid over het lot van de kinderen en ernstige meningsverschillen tussen ouders over de juiste manier om op Jeugdzorg te reageren. Het verlies van kwaliteit van leven van deze geestelijk mishandelde ouders, heeft vaak ook een weerslag op de rest van de familie. Om één kind van vermoedelijke mishandeling te redden worden soms complete gezinnen in de afgrond geduwd. De belangrijkste oorzaak daarvan is al vaak door ouders naar voren gebracht, maar tot nu toe door politici nog niet serieus genomen: een weigering tot het doen aan waarheidsvinding. Men vindt het kennelijk nog steeds normaal dat in een rechtsstaat, zonder bewijsvoering kinderen aan hun ouders mogen worden onttrokken, ongeacht de trauma’s die dat bij die kinderen en hun ouders teweeg brengt. Het doel heiligt helaas nog steeds de middelen.

Geld besparen
Door de te ruime definitie van kindermishandeling die nu wordt gehanteerd en die straks nog zal worden uitgebreid, blijft Jeugdzorg een reuzenstofzuiger die alles opzuigt wat voor haar neus komt. Het lijkt een beetje op het vissen met drijfnetten in de Grote Oceaan; alles wat er in terecht komt gaat dood, ook de vissoorten waar eigenlijk niet op gevist wordt. Zeer veel geld kan bespaard worden, als de 40% jeugdigen die volgens hoogleraar Jo Hermanns helemaal niet bij Jeugdzorg thuis horen, uit het systeem gefilterd kunnen worden en de hulpverlening zich uitsluitend gaat richten op die gezinnen die het echt nodig hebben. Dan heb ik het nog niet over de besparing op juridische kosten en op de salarissen van de AMK en BJZ medewerkers die dan naar een andere baan mogen gaan uitzien.

Om de instroom bij AMK / Jeugdzorg te verminderen kan om te beginnen aan de volgende maatregelen worden gedacht:

1 Laat kindermishandeling ook echt over mishandeling gaan en laat de verschillende meningen over de juiste manier van opvoeden het terrein blijven van de vrijwillige hulp.

2 Geef bij publiekscampagnes tegen kindermishandeling duidelijk aan, dat het beter is voor burgers om eerst zelf met hun buren in gesprek te gaan om te zien of een vermoeden van kindermishandeling terecht is, voordat er tot een zorgmelding wordt overgegaan.

3 Help burgers om ouders met opvoedproblemen, eerst attent te maken op diverse vormen van vrijwillige hulp, zodat een ingrijpend onderzoek naar kindermishandeling kan worden voorkomen.

4 Leer onderzoekers van AMK en de Raad uit te gaan van de feitelijke situatie in het gezin en niet rigide vast te houden aan de meest negatieve uitlatingen, van de meest bevooroordeelde ‘informant’, die zijn eigen bedoelingen heeft met zijn/ haar bijdrage aan het onderzoek (een haatdragende ex).

5 Geef de ouder(s) het recht op een eerlijke verdediging tegen valse aantijgingen, aan het begin van het onderzoekstraject.

6 Zorg ervoor dat feitelijke onjuistheden van inhoudelijke aard die te falsificeren zijn, daadwerkelijk in onderzoeksrapporten worden geschrapt.

7 Laat de insteek bij een onderzoek zijn: het beter te laten functioneren van een gezin, wat altijd de kinderen ten goede zal komen. Het eenzijdig centraal stellen van de veiligheid van het kind, leidt ook tot de sociale isolatie van het kind, ontworteling en hechtingsstoornissen door de constante wisseling van pleeggezinnen en scholen. (Dit is waarom Jeugdzorg zoveel geld kost)

8 Laat jeugdigen altijd ondervraagd worden door Jeugdzorg met een onafhankelijke vertrouwenspersoon erbij, zodat er niet op suggestieve wijze antwoorden aan het kind ontlokt kunnen worden, waar het bij nader inzien helemaal niet achter staat. Dit omdat kinderen de juridische gevolgen van hun uitlatingen niet kunnen overzien.

Als aan de bovenstaande voorwaarden kan worden voldaan, zal er een dramatische daling komen van het aantal ‘probleemgezinnen’ in Nederland. De belastingbetaler zal geld overhouden en gezinsvoogden kunnen met een hanteerbare caseload eindelijk op een professionele en betrokken manier gaan werken met gezinnen die hun hulp écht nodig hebben.

Sven Snijer

Bron: http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/2011/12/meer-geld-voor-jeugdzorg.html

Advertenties
reacties
  1. G.J. McMurter schreef:

    Meer geld voor Jeugdzorg?
    Meer economie, denk ik!

    Ik denk dat er heel veel geld op Jeugdzorg bezuinigd kan worden, als omstanders die zorgen melden ) plus minus 42%) niet in een vicieuze cirkel worden rond gestuurd langs allerlei professionals waar zij ook geen zorgen kunnen melden, omdat het AMK geen zorgen accepteert van omstanders, ook niet als het via een professional is aangemeld.

    Gemiddeld meldden omstanders, vijf maal hun zorgen bij het AMK, voordat ze in de gaten kregen dat zij tegen een dikke muur aanpraatten, op grond van het feit dat het AMK geen onderzoek doet als een omstander meldt, omdat zij dat van die ingewikkelde onderzoeken vinden dat zij er niet meer uit kunnen komen.

    Dat levert een behoorlijke besparing op als omstanders bij het eerste gesprek serieus worden genomen.
    De 42% meldingen van omstanders maal gemiddeld vijf keer nutteloze gesprekken met omstanders die zorgen melden per omstander betekent 5 maal 42% is 210 % min 42% betekent 168% aan nutteloze gesprekken met omstanders door de maatschappelijke werkenden AMK, waarbij uiteindelijk de preventieve zorg aan kinderen gemeld door omstanders totaal uitvalt.

    Er kan dus aardig worden bezuinigd op de maatschappelijk werkenden AMK als zij de eerste keer de omstanders die zorgen melden meteen serieus nemen.

    Er kan nog meer bezuinigd worden als ook professionals bij het melden van zorgen de eerste keer meteen serieus worden genomen en niet met lege handen komen te staan en moeten wachten tot minstens nog twee professionals hebben gezien dat kinderen ernstig worden mishandeld.

    Nog meer kan worden bezuinigd als de maatschappelijk werkenden AMK een onmogelijk onderzoek moeten verrichten door ieder die zorgen meldt op betrouwbaarheid en geloofwaardigheid te moeten beoordelen en op een tevens subjectieve inschatting.

    Het AMK is eigenlijk niet aan te merken als een onderzoeksbureau gegrondvest op wetenschappelijk verantwoord onderzoek, maar als zoals vele ouders klagen op verzinsels van medewerkers die door de bomen het bos niet meer zien.

    Men kan makkelijk een objectieve halfgestandaardiseerde vragenlijst ontwerpen en deze aflaten nemen door door het NIP hiervoor opgeleide onderzoekers, waarna men risicofactoren in een vergelijkend onderzoek met de populatie van de dag kan vergelijken en de meest risicovolle gevallen er meteen uit kan lichten.

    Het woord kinder-mis-handeling is echter verkeerd gekozen, men kan beter spreken over kinderleed, want een mis-handeling is ook het ontvoeren van kinderen onder dwang uit hun woning en uit de armen gerukt van de ouder(s).
    Het ene leed (bijvoorbeeld tussen twee vechtende ouders inzitten) wordt vervangen door het leed om uit je huis ontvoert te worden..
    We willen toch kinderleed oplossen?

    Onder kinderleed kan dus alle leed kinderen aangedaan worden verstaan. Er is daar echter een ding voor nodig nl. luisteren naar het kind zelf.

    Of het nu wel of niet kan spreken of zoals ik onlangs een rechter hoorde zeggen over een baby die werd verkracht dat het op zijn niveau aangaf dat hij erge pijn leed tijdens een verkrachting.

    Mijnheer van Montfoort behoeft dan ook niet meer in verwarring te verkeren wat er wel en niet onder mis-handeling moet worden verstaan en daar grenzen aan te willen stellen, omdat het anders onbetaalbaar wordt.

    Of zoals ik een psycholoog hoorde zeggen: “Ook een kind dat de vriend van een ouder het huis uit wil hebben en liever de eigen vader terug wil en zaken gaat fantaseren die niet waar zijn is een kind met kinderleed, waarna geluisterd moet worden”.

    Hulpverlening op kleine schaal is nodig, hetgeen op den duur de jeugdzorg goedkoper zal maken en ook de zorg want ook een ouder met veel verdriet, zoals de grootouders die toemoeten zien hoe hun kleinzoon zwaar mishandeld blijft kost de maatschappij op den duur veel geld aan medische kosten.
    Mijnheer van Montfoort denkt alleen maar in staatsinterventies!
    Ik denk in termen van preventieve zorg, waardoor situaties niet verder escaleren
    Het ongelukkige is dat in dit Jeugdzorg systeem zoals het nu is gewacht wordt met tijdig hulpverlenen tot minstens drie professionals hebben gezien dat een kind ernstig is mishandeld of zelfs doodgeslagen.
    Medische zorgen zijn opdit moment bij het AMK niet te melden.
    Een kind dat vertelt aan zijn grootouders dat hij door de stiefvader ernstig wordt mishandeld, kunnen nu nergens met hun zorgen terecht. Het AMK accepteert het verhaal van de grootouders niet, terwijl het kind groot genoeg is om zelf zijn verhaal te kunnen doen en oplossingen aan kan dragen.

  2. G.J. McMurter schreef:

    Alle bij het AMK gemelde reacties (inclusief die van omstanders) moet men in een overzichtelijk objectief onderzoek zodanig verwerken dat er ook meteen terugkoppelingsonderzoek mee kan worden gedaan.
    Dat geeft op den duur niet meer werk, maar minder werk.

    Daarvoor heeft men geen maatschappelijk werkenden nodig, want deze hebben gestudeerd voor een hulpverlenend beroep en om objectieve observaties te verkrijgen moet men mensen hebben die voor het doen van onderzoek zijn opgeleid. Het afnemen van vragenlijsten, waaraan men dan nog via terugkoppelingsonderzoek een en ander bij kan stellen en toe kan voegen al naar gelang een speciale situatie zich voor kan doen, zoals het voor kan komen dat op grote schaal in een
    bepaald gebied ouders hun inkomen kwijt zijn geraakt. Het is bekend dat werkeloosheid van de ouders een verhoogd risico geeft op het mis-handelen van kinderen.
    Uit zo”n onderzoek kan men veel leren o.a,. waarom het ene gezin in eenzelfde situatie zijn kinderen niet mishandelt en het andere gezin wel. Zo kan men tot inzicht en daadwerkelijke preventie komen om kinderleed te voorkomen.

    Het is een verkeerde beroepskeuze geweest maatschappelijk werkenden de intake van het AMK te laten doen.
    Het computermatig verwerken van de onderzoeksgegevens kan door administratief personeel worden verwerkt.

    Men moet een analyse toepassen op de verkregen gegevens wat en waarom wordt gemeld.
    Zo kan men direct via de computerberstanden bezien welke meldingen opvoedkundige problematiek, medische problematiek, psychiatrische problematiek, verslavingsproblematiek enz.
    of welke meervoudige problematiek wordt gemeld en heeft men ook direct een overzicht hoe zich dat tot elkaar verhoud.

    Opvoedkundige problematiek kan dan nog worden opgesplitst in diverse onderdelen, zo ook de medische problematiek die werd gemeld enz.
    Men kan er zelfs per Gemeente aan toevoegen naar welke instanties kan worden doorverwezen maatschappelijk werk, opvoedkundigen, psychologen enz. met de telefoonnummers erbij. Welke deskundigen in een bepaalde plaats voorhanden zijn, welke ziekenhuizen enz..

    Daarna kan men economisch gaan werken.
    Zijn er veel ouders die scheiden in een bepaalde gemeente en er omheen en is huiselijk geweld een probleem dan kan men die ouders eerst vrijwillig deel laten nemen aan een groepsbijeenkomst waar alle problematiek wordt geanalyseerd (bijvoorbeeld: opvoedingsproblematiek, zware overbelasting, het niet met elkaar kunnen praten, medische problematiek) enz. en men kan oplossingen aan gaan bieden en echtparen kunnen hun situatie met elkaar vergelijken) Men is dan preventief bezig.

    Nu geven GGZ’s cursussen voor kinderen die veel huiselijk geweld hebben meegemaakt, maar men kan dit kinderleed beter voorkomen en kinderen tevens meteen het recht geven om ook mee te mogen discussieren, tijdens sommige groeps bijeenkomsten met de alle ouders erbij.
    Het negatieve moet worden omgebogen in positieve zaken en oplossingen en men kan leren van anderen.
    Kinderen die nl. ernstig zijn mishandeld worden nu niet opgegeven voor cursus, uit angst dat zij worden gestraft of hen kind of kinderen hen zullen worden ontnomen.

    De intake gesprekken met de ouders en kinderen thuis moet gedaan worden door een gezinsbegeleider met de hoogste opleiding die er maar te vinden is en zij werkt samen in een team om naar hulpverlenende instanties door te verwijzen, indien noodzakelijk, want het kan ook gaan om een simpel opvoedingsprobleem dat snel kan worden opgelost of een buur die heeft gemeld omdat een kind veel huilt, maar dit kind gewoon heel erg ziek is geworden.
    Misschien moet er terug verwezen worden naar de huisarts, of heeft de huisarts een medisch of psychologisch probleem over het hoofd gezien.

    Op den duur krijgt men minder situaties die kunnen escaleren, door het meer doordacht en economischer hulp en zorg verlenen, waardoor situatie niet zo ernstig uit de hand kunnen lopen.
    Komt men steeds een beeld tegen waarop het mis kan gaan, zoals inslaapproblemen van kinderen die oververmoeide ouders ook nog eens uit hun slaap houden en waarbij kinderen soms het bloed onder je nagels vandaan kunnen halen, dan kan dergelijke problematiek bijvoorbeeld op scholen besproken worden in een grote ouder bijeenkomst voorlichtings- en preventie avond, om erger te voorkomen.

    Als men economisch wil werken, dan kan men ook studenten de objectieve halfgestandaardiseerde vragen lijsten laten afnemen en in de computer verwerken.
    Worden ze meteen tijdens hun opleiding geconfronteerd met problematiek betreffende kinderleed.

    Dan hoeven de maatschappelijk werkenden AMK niet meer te gissen en missen als ze bij meldingen mensen moeten beoordelen op betrouwbaarheid en geloofwaardigheid en situaties moeten inschatten met alle subjectieven die daaraan vastzitten.

    Maatschappelijk werkenden moeten gewoon het beroep van hulpverlenede weer uitgaan voeren.

    Iedereen wil wel oplossingen aangedragen krijgen.

  3. G.J. McMurter schreef:

    Citaat:
    Meer wachtlijsten of de caseload verhogen.
    De Deltamethode:
    Gestreeft wordt per gezinsvoogd de grens van 15 niet te overschrijden.
    Dit om betere zorg te kunnen bieden, die bij een te grote caseload niet mogelijk is, door tijdgebrek en overbelasting van de capaciteit van een gezinsvoogd. Op zich een mooi streven.
    Einde citaat.

    Een mooi streven?
    Meer wachtlijsten of de caseload verhogen?
    De grens per gezinsvoogd van 15 niet overschrijden, omdat ze dan geen betere zorg kunnen bieden door tijdgebrek en overbelasting van de gezinsvoogd?
    Welke wachtlijsten?
    Is het bovenstaande werkelijk waar?

    De gezinsvoogd als duizend poot, die zorg moet gaan verlenen op grond van een interview dat gebaseerd is op inschattingen en beoordeling van de melder op betrouwbaarheid en geloofwaardigheid en fantasie van de maatschappelijkwerkenden AMK?
    Waarbij vaak zelfs niet eens de vertrouwensarts geconsulteerd is geworden!
    Want hoe bestaat het dat een moeder die lijdt aan ernstige uitslag betreffende in haar huis aanwezige stoffen, haar kind zomaar kwijt kan raken?

    Komt dat door het aantal gezinsvoogden per gezin of komt het doordat de vertrouwensarts niet in is geschakeld en haar/zijn deskundig advies hierover niet heeft laten schijnen en moeder en kind meteen een doorgeleiding hebben gekregen, of omdat er alle waarde werd gehecht aan het advies van een dokter, terwijl het ook maar mensen zijn en fouten kunnen maken.

    Of komt het doordat de vertrouwensarts er wel bij in is geschakeld, maar geen verstand heeft gehad van dergelijke ernstige verschijnselen van een allergie.
    En daar moet de gezinsvoogd dan hulp en zorg weten te bieden?
    Deze moeder haar kind ontnemen?
    En gemaakte fouten nooit meer terugdraaien, want men moet vooral zijn image niet verliezen!

    De basis is niet goed!
    De onderzoeken AMK deugen niet!
    En als straks alles naar de GGZ wordt overgeheveld gaat het waardeloze interview van het AMK gewoon mee.
    Doen de maatschappelijk werkenden AMK de voor-selectie voor de GGZ.
    Blijven zorgen van omstanders genegeerd.
    Blijven huisartsen, leerkrachten en politie-agenten beoordeeld op betrouwbaarheid en geloofwaardigheid, nadat eerst van hen werd verwacht dat zij kinder-mis-handeling op zouden lossen.

    Krijgen GGZ medewerkenden, psychologen, psychiaters en artsen bij de GGZ eveneens een vertekend beeld van de werkelijkheid voorgeschoteld, evenzo als dit nu het geval is bij gedragswetenschappers en vertrouwensartsen bij het AMK en later de gezinsvoogden.

    Omdat de maatschappelijk werkenden AMK de macht hebben gegrepen, gebaseerd op hun onvermogen om onderzoek te doen, hetgeen niet verwonderlijk is met het huidige ORBAhulpmiddel.
    De gezinsvoogden krijgen een subjectief en op inschatting gebaseerd rapport voor zich en van hen wordt verwacht dat ze voor duizend poot spelen.
    Dat ze netzo veel verstand hebben van zaken als alle sociale wetenschappers bij elkaar en medisch specialisten.

    En lukt het niet om hulp te verlenen dan wordt uiteindelijk het kind het kind van de rekening.
    Worden hele gezinnen uit elkaar gerukt, broertjes en zusjes die elkaar niet meer mogen zien.
    Of worden ernstige zaken over het hoofd gezien, waarop gruwelijke misdrijven plaatsvinden en een ding steeds naar voren komt, dat omstanders, die nu in een vooronderzoek worden weggemoffeld, zelfs de Inspectie Jeugdzorg er geen zicht meer op heeft, alle preventieve zorg aan kinderen weg is gevallen.
    Alle kinderleed gemeld door omstanders en kinderleed gemeld door professionals.

    Een heel land met zeer deskundige mensen op allerlei vakgebieden, maar Jeugdzorg Nederland moet meer geld hebben voor gezinsvoogden, waarvan van te voren al is te constateren dat zij een onmogelijk beroep uitoefenen, enorm veel leed veroorzaken inplaats van dat zij voor een gezin kunnen zorgen.

    Gezinsvoogden moeten bestaan uit hoogopgeleide sociale wetenschappers, die de kennis bezitten om door te verwijzen naar hulpverlenende instanties.
    Maar dan moeten zij niet afhankelijk zijn van het knullige en beschamende onderzoek dat het AMK momenteel verricht.

  4. G.J. McMurter schreef:

    Te grote instroom. Hoogleraar Jo Hermans merkt daar over op:
    Een begrijpelijke redenering die toch heel misleidend is. Hoogleraar Jo Hermanns is het dus niet eens met Jeugdzorg.
    Het eigenlijke probleem is namelijk niet gelegen in de moeizame verwerking van de wachtlijsten, noch in de te hoge caseload, die beiden hun oorzaak hebben in een financieel te kort.
    Nee, de werkelijke reden voor de te hoge caseload en de wachtlijsten is de kunstmatige hoge instroom van veronderstelde probleem gezinnen.

    Met deze opmerking van de hoogleraar ben ik het nu helemaal oneens!
    de werkelijke reden van de te hoge caseload en de wachtlijsten is niet gelegen in de kunstmatige hoge instroom van probleem gezinnen, maar in de chaotische wijze waarop het AMK subjectief onderzoek doet op inschattingen.
    Als de koninklijke Landmacht en de Marine op een dergelijke manier enorme hoeveelheden mensen zouden selecteren zou het net zo’n zooitje worden als het nu bij de jeugdzorg is.

    Er worden niet bij de voordeur teveel clienten binnengehaald. Zo’n uitspraak wekt een ontzettende woede in mij op, omdat wij omstanders (u en ik m.u.v. de medewerkenden AMK) totaal geen zorgen kunnen melden. Helemaal geen medische zorgen en de preventieve zorg dus volkomen is uitgevallen voor deze groep mensen. Ook medische erfelijke zorgen kunnen niet worden gemeld.

    Er worden niet teveel clienten door de voordeur binnengehaald, maar er vindt geen ordening plaats t.a.v. het gemeldene, Omstanders moeten gemiddeld vijfmaal zorgen melden en dan wordt er vervolgens nog niet naar hen geluisterd. Het betreft wel gemiddeld 42% van de meldingen. Dat is overbelasting.
    Professionals moeten gemiddeld driemaal of viermaal hun zorgen melden, eerst volgt een advies gesprek met AMK en dan vervolg gesprekken, pas op uitnodiging van de vertrouwensarts kan een professional worden uitgenodigd tot het doen van een officiele melding.
    Het is dus dringen bij de voordeur, omdat men niet meteen bi dej eerste gemelde zorgen ordening inbrengt in de problematiek, waarvan heel veel problematiek gebaseerd kan zijn op korte hulpverlening.

    Het wordt dringen bij de achterdeur als men alleen maar doorverwijst naar Kindertehuisen, jeugdzorginstellingen en pleeggezinnen en men situaties die nog niet eens uit de hand zijn gelopen, maar op veronderstellingen berusten, deze ouders bij voorbaat al uit de ouderlijke macht gaat ontheffen.

    De Hoogleraar zegt vervolgens dat :
    De reden waarom er teveel clienten bij Jeugdzorg binnen komen die daar eigenlijk niet thuis horen is dat de definitie van wat er onder kindermishandeling wordt verstaan steeds verder wordt opgerekt, waardoor er een kunstmatige stijging te zien is in het aantal gevallen van kindermishandeling.
    Dat ben ik niet met hem eens!

    Het AMK heeft de Definitie al verschrikkelijk versmald,zodat er voor kinderen in Nederland een ernstige situatie is ontstaan.
    Kinderen moeten in Nederland zolang wachten op hulp en zorg totdat drie professionals hebben gezien dat een kind zwaar is mishandeld, omdat de preventieve zorg aan kinderen al jarenlang uit is gevallen.
    Dan krijg je dringen aan de achterdeur!
    Ze hebben de Definitie nog meer versmald, omdat omstanders geen zorgen kunnen melden, hetgeen al heeft geleid tot diverse gedode kinderen.
    Ze hebben de Definitie nog meer versmald, doordat medische problematiek niet door omstanders kan worden gemeld en er niet tijdig actie op kan worden genomen, om erger te voorkomen.

    Hoogleraar Jo Hermanns:
    Hij stelt dat het probleem namelijk niet gelegen is in de moeizame verwerking van de wachtlijsten.
    Het probleem naar mijn idee is gelegen in de subjectieve en onwetenschappelijke verwerking van hetgeen wordt gemeld.
    Het lange wachten tot er kan worden gemeld of helemaal nooit kan worden gemeld totdat een situatie verschrikkelijk is geescaleerd.

    Jo Hermanns: De reden dat er zoveel clienten bij Jeugdzorg binnenkomen die daar eigenlijk niet this dat de definitie van wat er onder kindermishandeling mag worden verstaan steeds verder wordt opgerekt. waardoor er een kunstmatige stijging te zien is in het aantal gevallen van kindermishandeling.
    Ik ben het niet met hem eens.
    De definitie van wat men verstaat onder kindermishandeling moet zelfs worden uitgebreid. Men moet ook medische zorgen kunnen melden en mis-behandelingen door diverse instanties.
    Alle gemeld kinderleed behoort serieus te worden genomen.

    Waar ik het wel mee eens ben is dat de hoogleraar zegt:dat er een te kunstmatige hoge instroom van veronderstelde probleem gezinnen is.
    Door een goed en objectief halfgestandaardiseerd interview met omstanders en professionals kan men na enige maanden de problematiek die wordt gemeld in kaart gaan brengen, waarna wetenschappers (en niet maatschappelijk werkenden AMK) opnieuw kunnen gaan bezien wel
    ke problematiek waar ingedeeld moet worden en welke preventieve maatregelen zo economisch kunnen worden genomen en via terugkoppelingsonderzoek ook nog het meest effectief zijn.
    De media kunnen daarbij ook worden gebruikt, want er wordt door ouders veel naar programma”s gekeken die oplossingen aanbieden.

    Niet meegenomen is de vooraf selectie van omstanders die zorgen melden, omdat de maatschappelijk werkenden zich niet instaat voelen om onderzoek te doen als een omstander meldt, dan kunnen ze er helemaal niet meer uitkomen.
    Ernstige problematiek blijft dan onbehandeld.
    De Definitie van wat er onder kinder-mis-handeling moet worden verstaan is nl. helemaal niet kunstmatig opgerekt, maar men heeft bij de basis, het AMK onderzoek door de onaanvaardbare manier van werken vergeten problematiek te specificeren, waardoor men niet de juiste hulpverleners in kan zetten en problematiek zo ernstig escaleert dat er kinderen uit huis moeten worden geplaatst.

  5. G.J. McMurter schreef:

    Staatinterventies en de Definitie van wat men onder kinder-mis-handeling moet verstaan.

    Dat Staatsinterventies niet altijd geaccepteerd worden en onaanvaardbaar worden gevonden wil niet zeggen dat men dan ook de Definitie van wat men onder kinder-mis-handeling moet verstaan daaraan aan moet gaan passen.

    Per jaar worden er in Nederland gemiddeld 80 000 kinderen ernstig mishandeld.
    Sommige kinderen vinden het heerlijk dat zij uit deze situatie zijn gehaald.
    Andere kinderen hebben meer pech en zijn in situaties terecht gekomen die minstens zo erg zijn.
    Nog weer andere kinderen blijven gewoon mishandeld totdat ze de volwassen leeftijd hebben bereikt.

    Nadat het Bureau Vertrouwensartsen is opgeheven is het AMK de oplossing voor kinder-mis-handeling bij de huisarts; de politie en leerkrachten gaan leggen.
    Deze oplossing van kinder-mis-handeling werkt niet. Men is zich vaak niet eens bewust dat men kinder-mis-handeling als huisarts, leerkracht en politie op moet lossen.
    Leest u de Onderzoeken van de Inspectie Jeugdzorg.

    Het onderzoeksbureau van het AMK moet op wetenschappelijke leest worden geschoeid en onafhankelijk staan van de Jeugdzorg zelf en niet bemand worden door bestuurders, maar door wetenschappelijk opgeleide onderzoekers,artsen, psychiaters, pedagogen, jeugdrechtadvocaten enz. onderzoeksmedewerkers en administratieve assistenten en computerdeskundigen.

    Daar moeten ook klachten kunnen worden gemeld over de jeugdzorg, zodat het jeugdzorg systeem zich kan vernieuwen en worden verbeterd, middels terugkoppelingsonderzoek.
    Men heeft slechts een centraal bureau daarvoor nodig.
    De andere bureau’s zijn daar afgeleiden van.en er moet op een wetenschappelijk verantwoorde wijze onderzoek plaats vinden.
    Het huidige onderzoek AMK is ten hemel schreiend.

  6. G.J. McMurter schreef:

    Inplaats van de Definitie van wat er onder kindermishandeling moet worden verstaan en deze aan te passen aan de onmogelijkheden van het huidige jeugdzorg systeem moet men meer specificeren.

    Kinderen van ouders die scheiden en even niet met elkaar in overeenstemming kunnen komen moet men bijvoorbeeld niet uit de ouderlijke macht willen zetten.
    Dat is een tijdelijke overgangsfase naar meer stabilitieit.

    Het is een nutteloze bezigheid ook gezinsvoogden kunnen daar geen verandering in brengen, want dat vereist specialistische zorg. Als deze te duur wordt om in individuele therapie te worden gegeven die meestal ook slechts tijdelijk is en niet iedereen kan deze zorg betalen ook vooral omdat men aan het scheiden is en financieen vaak een probleem vormen, dan kan men denken aan groepstherapieen gegeven bij de GGZ, GGD of minder bedreigend het maatschappelijk werk of misschien ziet iemand er wel brood in om een instituut voor scheidende ouders op te richten.
    Een gat in de markt?!?

    En de kinderen moeten daar ook meteen bij betrokken worden.
    Nu is het zo dat er een wet wordt gemaakt waarbij het mogelijk wordt ouders te dwingen hulp te aanvaarden.
    Dan komt er een rechter die kinderen van ouders die niet tot een vergelijk kunnen komen toch meteen uit de ouderlijke macht zet en deze wet dus boycot.

    Wat voor een verschrikkelijke verwarring moet dit niet bij kinderen geven! Ineens zijn ze hun ouders en hun ook hun gehele familie kwijt. Broertjes, zusjes, ooms en tantes en hun grootouders. hun vriendjes en vriendinnetjes en lopen ze ook nog eens een behoorlijke kans te worden verkracht of mishandeld.

    Dan schrijft er weer een advocaat op internet dat hij zo’n interventie belachelijk vindt en ik ben het met hem eens.
    Dan zijn er advocaten die om deze reden tegen over de rechter verhullen dat ouders maar met elkaar door blijven vechten, en die dus belemmeren dat kinderen daadwerkelijke hulp krijgen.
    Ook zijn er rechters die de andere ouder belemmeren om hun kind te mogen blijven zien.

    Grootouders hebben in deze hectiek slechts sporadisch kans om hun kleinkinderen nog te mogen zien en sommige rechters hebben zo weinig inzicht in menselijke relaties dat ze een grootmoeder een taak straf geven omdat ze daar een verzoek toe indient.
    Kortom, het is vokomen een chaotische situatie, waarin ieder maar doet ….richtlijnen ontbreken.
    En ook bij de jeugdzorg.

    Men moet gaan specifieren:
    Opvoedingsproblematiek; medische problematiek; psychiatrische problematiek enz. en daarvoor een protocol ontwikkelen waarbij ouders en kinderen eerst langs gespecialiseerd hulpverlening wordt gestuurd.

    Zware aantoonbare mishandeling valt daar natuurlijk wel accuut buiten, maar men zou ook daarin goed eraan doen om specialisten in te schakelen, om alleen maar te ontdekken hoe een situatie zo kan escaleren en hoe dit in de toekomst te voorkomen.
    Daar zijn wetenschappelijk onderzoekers voor nodig, onafhankelijk staande van Jeugdzorg Nederland.

    Zij moeten de aangevers worden naar Jeugdzorg Nederland toe, die ook vergeten is terugkoppelingsonderzoek te doen (ook moet daar weer gespecialiseerd personeel worden aangetrokken)om te controleren of kinderen die bijvoorbeeld zijn herplaatst in een jeugdzorginstelling wel beter af zijn, worden mishandeld of sexueel misbruikt.

    Daarvoor is het nodig dat men met de kinderen zelf praat.
    Veel STUKjongeren geven aan dat er nooit naar hen is geluisterd.
    Jongeren zijn niet gek en weten zelf vaak heel goed waar het mis is gegaan en wat verbeterd zou moeten worden.
    Ze moeten automatisch recht hebben op een persoonlijke Jeugdrecht advocaat.
    Baby’s bij de geboorte maar bij hun ouders weghalen en daarna nog eens meerdere keren overplaatsen vind ik zware mishandeling en dit moet ook worden opgenomen in de Definitie van van wat de Nederlandse Wet onder kindermishandeling verstaat
    Maar ja!

    Het Jeugdzorg systeem heeft een gesloten klachten procedure en ik heb nog geen ppolitieke partij zich daar zorgen over horen maken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s